Implanteerbare hoortoestellen
Er zijn drie soorten implanteerbare hoortoestellen: het cochleair implantaat (CI), de botverankerde hoortoestellen en het volledig implanteerbaar hoortoestel.
Cochleair implantaat (CI)
Een cochleair implantaat (CI) wordt toegepast bij zwaar slechthorenden en doven. Het implantaat bestaat uit een elektrode (een zeer dunne draad) die operatief wordt ingebracht in het slakkenhuis. De elektrode wordt gekoppeld aan een spraakprocessor (het uitwendige gedeelte). Omdat een CI met minder frequenties werkt dan het natuurlijke gehoor of een hoortoestel, is het waarnemen van geluid met een CI totaal anders. Iemand die een CI krijgt, moet daarom door een langdurig oefen- en revalidatieproces opnieuw ‘leren luisteren’ en het CI-geluid leren interpreteren.
Botverankerde hoortoestellen
Een botverankerd hoortoestel wordt toegepast bij geleidingsslechthorendheid en ook wel bij mensen die geen oorstukjes verdragen. Een botverankerd hoortoestel brengt het geluid over via trillingen. Het implantaat is een trilblokje dat operatief in de schedel wordt vastgezet. De microfoon en versterker brengen het blokje en daarmee het bot in trilling. Hierdoor komt het slakkenhuis in trilling en wordt het geluid doorgegeven. Er bestaan op dit moment twee merken: de BAHA (Bone Anchored Hearing Aid) van Cochlear en de Ponto van Oticon Medical. Bij jonge kinderen tot circa 5 jaar kan het trilblokje nog niet in de schedel worden vastgezet. Voor deze groep bestaat er bijvoorbeeld de BAHA met softband, waarbij het trilblokje verwerkt is in een hoofdband. Botverankerde hoortoestellen worden de laatste tijd ook steeds meer als een cros hoortoestel gebruikt bij mensen met een éénzijdig perceptief gehoorverlies. Het geluid aan de kant van het slechte oor wordt daarmee aan het goede oor hoorbaar gemaakt.
Soundbridge en ABI
Wanneer uw gehoorverlies te maken heeft met het niet goed functioneren van hamer, aambeeld en stijgbeugel, dan wordt vaak de Soundbridge toegepast. Daarnaast is er nog het hersenstamimplantaat ABI.
Volledig implanteerbaar hoortoestel
Een volledig implanteerbaar hoortoestel wordt operatief ingebracht. Met zo’n type hoortoestel kunt u douchen, zwemmen en sporten, en heeft u geen last van bijvoorbeeld windgeruis. Via een afstandsbediening zet u het hoortoestel aan en uit, en stelt u het in. Na ongeveer vijf jaar moet de batterij worden vervangen via een poliklinische ingreep. Eventueel kan dan ook nieuwe software worden ingebracht. Volledig implanteerbare hoortoestellen zijn geschikt voor diverse vormen van gehoorverlies .
Voor meer informatie over implantaten verwijzen wij u naar de Vraagbaak en naar de algemene NVVS-site.