Beeldtelefoon
Een beeldtelefoon bestaat uit een (klein) beeldscherm met camera. Een beeldtelefoon kan ook worden aangesloten op de tv of een ander scherm. Daarnaast kan een computer als beeldtelefoon worden gebruikt. Met een beeldtelefoon kunt u bellen naar een andere beeldtelefoon. De beeldtelefoon biedt slechthorenden de mogelijkheid om gesprekken-op-afstand natuurlijker, gemakkelijker en spontaner te laten verlopen.
Randvoorwaarden
Een beeldtelefoon kan ook een oplossing zijn voor mensen die spraakafzien of Nederlands ondersteund met Gebaren (NmG) gebruiken. Het resultaat is nog wel afhankelijk van enkele factoren. Zo zijn er verschillende maten beeldschermen. Als het beeldscherm erg klein is, wordt het spraakafzien bemoeilijkt. Ook is de verbindingssnelheid van belang. Hoe sneller de verbinding (veel bandbreedte), hoe beter de beeldkwaliteit.
Vergoeding
Ernstig slechthorenden en doven komen meestal in aanmerking voor vergoedingen van een teksttelefoon óf een beeldtelefoon. Om een beeldtelefoon vergoed te krijgen gelden de volgende voorwaarden:
- een drempelverlies op het beste oor van gemiddeld 70 dB over 500,1000, 2000 of 4000 Hz;
- als het spraakverstaan (in stilte aangeboden bij normale sterkte: 55 dB) met het beste oor niet meer dan 50% is, zelfs met gebruik van hoortoestel.
U kunt een indicatie voor een beeldtelefoon krijgen als:
- er een indicatie voor een teksttelefoon is, maar deze apparatuur voor u niet bruikbaar is én u de Nederlandse Gebarentaal voldoende beheerst;
- bij bijzondere individuele zorgvragen.
Aanvragen
U kunt een aanvraag indienen bij uw zorgverzekeraar. Denk eraan om ook een flitslamp, triller of aansluiting op uw bestaande wek- en waarschuwingssysteem aan te vragen, zodat u ook kunt waarnemen dat de beeldtelefoon 'over gaat'. Wel vragen de meeste zorgverzekeraars om een verklaring van de kno-arts of audioloog, plus een recent audiogram en een offerte van de teksttelefoon, beeldtelefoon of fax van uw keuze. Bovendien moet u aangeven dat een teksttelefoon voor u niet bruikbaar is én dat u de Nederlandse Gebarentaal voldoende beheerst. (Bij een vervolgverstrekking is dit meestal niet vereist; dit hangt af van uw zorgverzekeraar.) Een eigen verklaring is soms al voldoende. Het feit dat u of uw kind dovenonderwijs volgt of heeft gevolgd kan dat ondersteunen.
Uw verzekeraar of Oorakel kunnen u hierover nader informeren.