Infectie kan gehoorschade veroorzaken bij ongeboren kind
02-11-2009
Bijna een kwart van alle Nederlandse kinderen die doof of slechthorend zijn, heeft de gehoorschade opgelopen doordat hun zwangere moeder een infectie met het cytomegalovirus (CMV) heeft opgelopen. Dat hebben artsen van het Leids Universitair Medisch Centrum LUMC ontdekt. Artsen blijken onvoldoende kennis te hebben over dit virus, waardoor zwangere vrouwen niet gewaarschuwd worden en die doen daardoor te weinig aan preventie. De artsen gaan kijken of het screenen op CMV via de hielprik zinvol en haalbaar is.
In urine en speeksel
Het virus is te vinden in urine en speeksel, vooral bij jonge kinderen. Ongeveer de helft van de Nederlanders komt ooit in zijn of haar leven met het virus in aanraking. Een CMV-infectie is voor gezonde volwassenen ongevaarlijk en verloopt meestal onopgemerkt. Ongeboren kinderen die via hun moeder besmet raken, kunnen wél ernstige problemen krijgen.
Gevolgen infectie
Een CMV-infectie kan gehoorschade veroorzaken als het kind nog in de baarmoeder zit, maar blijft meestal onopgemerkt. Van de grote groep pasgeborenen met een CMV-infectie die bij de geboorte gezond lijken, krijgt ruim 15 procent later alsnog gehoorproblemen. Bij deze kinderen wordt de slechthorendheid meestal pas ontdekt als de spraakontwikkeling achterblijft. Ouders denken niet snel aan slechthorendheid, omdat hun kind op de gehoortest vlak na de geboorte immers normaal scoorde.
Naast gehoorschade kan het virus ook gezichtsproblemen, leverfunctiestoornis, verstoring van de geestelijke ontwikkeling of een te klein hoofd veroorzaken.
Voorkomen
Infectie is te voorkomen door het nemen van hygiënische maatregelen, zoals de handen te wassen na het verschonen van een luier. Ook is het niet verstandig voor zwangere vrouwen om te happen van het lepeltje van een kind. Als er sprake is van een infectie, kan het pasgeboren kind antivirale middelen krijgen om verdere schade te voorkomen of te verminderen.
In hielprik?
Volgens het LUMC is er nog te weinig bekend over CMV. Het is technisch goed mogelijk om een CMV-infectie op te sporen via de hielprik die alle baby's krijgen, maar dat gebeurt op dit moment nog niet. De onderzoekers willen gaan kijken of toevoegen van een CMV-test aan de hielprik, gevolgd door behandeling en opsporen van gehoorverlies, zinvol is. Zij schatten in dat hierdoor in Nederland jaarlijks 800 kinderen behandeld zouden kunnen worden met antivirale middelen, waardoor de kans op latere gehoorschade afneemt.
DECIBEL-studie
Deze ontdekking komt voort uit één van de onderzoeken behorende tot de DECIBEL-studie. Aan deze DECIBEL-studie werken verschillende afdelingen van het LUMC mee: kindergeneeskunde, medische microbiologie, kno en klinische epidemiologie. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de site van LUMC. Zoek vervolgens via de termen 'CMV' en DECIBEL-studie'.