NVVS Hoorwijzer

Ga naar de homepagina Vergroot/verklein lettergrootte
Zoeken

Toonaudiogram lezen

Wilt u meer weten over hoe u een toonaudiogram moet lezen? Ga naar Toonaudiogram lezen.

Toonaudiogram

Het toonaudiogram maakt duidelijk in hoeverre u tonen van verschillende luidheid en hoogte kunt horen. Tijdens de test krijgt u verschillende piepjes te horen die afwisselend hard, zacht, hoog en laag zijn. Hierbij geeft u steeds aan of u het geluidje hoort. Zo wordt de gevoeligheid van uw oor voor pure tonen vastgesteld. Voor peuters en kleuters wordt deze test vaak uitgevoerd met behulp van blokjes: steeds als het kind een geluidje hoort, moet het een blokje in het bakje doen (‘spelaudiometrie’). Oudere kinderen moeten hun hand opsteken, ‘ja’ zeggen of op een knop drukken.
Het resultaat van de test wordt weergegeven in een grafiek: het toonaudiogram. Hierin wordt per toonhoogte (frequentie) aangetekend hoe luid de piepjes moeten zijn opdat u ze nog net kunt horen. De informatie uit het toonaudiogram vormt de basis voor het aanpassen van uw hoortoestel.

Hoe wordt u getest?

U neemt plaats in een geluiddichte kamer. Het toonaudiogram wordt afgenomen via een koptelefoon. Hiermee wordt de luchtgeleiding gemeten.
Ook kan er een meting worden gedaan waarbij er naast de koptelefoon een trilblokje achter uw oor wordt geplaatst. Via het bot direct achter het oor kunnen geluidstrillingen worden overgebracht naar het slakkenhuis en de gehoorzenuw; dit wordt beengeleiding genoemd. Met de beengeleidingstest kan worden vastgesteld in hoeverre u tonen van verschillende luidheid en hoogte in het slakkenhuis kunt horen.
Tenslotte kan een meting worden gedaan waarbij u door de koptelefoon aan één kant een ruis hoort. Door bijvoorbeeld ruis op uw rechteroor te laten horen, wordt voorkomen dat het geluid aangeboden op uw linkeroor wordt opgevangen door uw rechteroor. Dit heet 'gemaskeerde meting'.

Resultaten

Elk meetresultaat wordt met een eigen symbool weergegeven: zie de uitleg bij ‘toonaudiogram lezen’.
Het toonaudiogram wordt afgenomen door de audicien, de kno-arts en/of de audioloog (of de assistent). In aanvulling op het toonaudiogram wordt vaak een spraakaudiogram gemaakt.

promotiemateriaal | disclaimer | copyright NVVS | suggesties?