Toonaudiogram lezen
Het resultaat van een toonaudiogram-hoortest wordt genoteerd in een grafiek. Deze grafiek laat zien in hoeverre u geluiden kunt horen.
Sterkte (geluidsniveau)
De verticale as geeft het niveau of de sterkte van het geluid aan. Hierbij staat 0 decibel (dB) voor een heel zacht geluid; deze lijn staat helemaal boven in het audiogram. Iemand met een normaal gehoor kan geluid tussen 0 en 20 dB net horen. Hoe verder u in het audiogram omlaag gaat, hoe hoger het aantal dB, dus hoe harder het geluid. Een geluid van 100 dB is heel onaangenaam voor iemand met een normaal gehoor.
Toonhoogte (frequentie)
De horizontale as in dit audiogram geeft de toonhoogte of frequentie weer. Hierbij staat 125 Hertz (Hz) of 0,125 kHz voor een hele lage toon; deze lijn staat helemaal links in het audiogram. Hoe verder u in het audiogram naar rechts gaat, hoe hoger het aantal Hz, dus hoe hoger de toon. De tonen die belangrijk zijn voor spraak liggen tussen 0,5 en 4 kHz.
Grafiek
Het toonaudiogram combineert uw scores op het aantal Hz (Hertz) of kHz en het aantal dB (decibel). Dit betekent dat elk punt in het audiogram een ander geluid weergeeft. Het punt bij 20 dB en 0,25 kHz geeft een zacht geluid met een lage toon weer en het punt bij 20 dB, 4 kHz een zacht geluid met een hoge toon. Het punt bij 90 dB en 1 kHz geeft een hard geluid weer van een toon die in het midden van het spraakgebied ligt.
Hoordrempel
In het toonaudiogram worden de zachtste geluiden die u bij verschillende toonhoogten kunt horen voor elk oor apart genoteerd. Dit is uw hoordrempel. De meting kan plaatsvinden met luchtgeleiding of beengeleiding. Daarnaast kan het nodig zijn om bij een bepaalde frequentie een gemaskeerde meting uit te voeren. Zie voor uitleg over lucht-, beengeleiding en gemaskeerde meting de pagina toonaudiogram.
Symbolen
De testresultaten van de diverse soorten metingen worden elk met een eigen symbool weergegeven. Daarbij zijn er ook aparte tekens voor het rechteroor en het linkeroor. De tekens zijn:
= luchtgeleiding linkeroor,
= luchtgeleiding rechteroor,
= beengeleiding linkeroor,
= beengeleiding rechteroor,
= gemaskeerde luchtgeleiding linkeroor,
= gemaskeerde luchtgeleiding rechteroor,
= gemaskeerde beengeleiding linkeroor,
= gemaskeerde beengeleiding rechteroor.
Door de resultaten van de luchtgeleiding, de beengeleidingen, de ongemaskeerde en de gemaskeerde metingen met elkaar te vergelijken, kan de oorzaak van het type gehoorverlies duidelijk worden: geleidingsverlies, perceptief verlies of gemengd verlies.
Hoe moet u de grafiek lezen?
Als iemand gewoon praat, zullen de klanken in het gebied liggen dat ook wel de ‘banaan’ wordt genoemd. Door de resultaten van uw toonaudiogram (de hoordrempels van uw oren) te vergelijken met deze banaan, ziet u in hoeverre u in staat bent om spraak op een normaal niveau te horen (en te verstaan).
Gehoorverlies
Hoeveel decibel gehoorverlies u heeft kunt u uitrekenen. Hiervoor moet u het gemiddelde berekenen van een aantal waarden uit uw toonaudiogram. Dit heet het zogenaamde Fletcher-gemiddelde. Tel de waarden uit het toonaudiogram gemeten bij 500, bij 1000 en bij 2000 Hz (ofwel gemeten bij 0,5, bij 1 en bij 2 kHz) op en deel deze door 3.
Gehoorverlies is als volgt in te delen:
- Tussen 0-30 dB: normaal tot licht gehoorverlies.
- Tussen 30 en 60 dB: licht tot matig gehoorverlies.
- Tussen 60 en 90 dB: ernstig gehoorverlies.
- Meer dan 90 dB: zeer ernstig gehoorverlies tot doof.
Voor vergoeding van hoortoestellen hanteren verzekeraars meestal een ondergrens van 35 dB voor uw beste oor. In het onderwijs bepaalt de 35 dB-grens of een kind in aanmerking komt voor extra financiering vanuit het cluster ‘slechthorenden’. Vanaf 80 dB wordt een kind ingedeeld bij de categorie ‘dove kinderen’. Bij kinderen met een gehoorverlies tussen de 70 en 80 dB is de indeling afhankelijk van het gedrag van het kind.