Achmea: Agis, Avero Achmea, FBTO, Interpolis, OZF Achmea, ProLife, YouCare en ZilverenKruis Achmea

CZ: CZ, Delta Loyd en Ohra

Menzis: AnderZorg, Azivo en Menzis

UVIT: IZA, IZZ, Cares Gouda (= De Goudse), Univé, VGZ en Zorgverzekeraar UMC

Overige verzekeraars kopen veelal gezamenlijk in via MultiZorg.

Zoek en kies

Bent u op zoek naar een verzekeraar? Kijk bij Zoek en kies voor het vergelijken van verzekeraars én ervaringen van anderen.

Vergoedingen

Vraag bij uw eigen zorgverzekeraar na op welke vergoedingen u aanspraak kunt maken.

Hoortoestellen

Hoortoestellen komen in aanmerking voor (gedeeltelijke) vergoeding als uw gehoorverlies meer dan 35 dB bedraagt en/of u last heeft van ernstige tinnitus.

Basiszorgverzekering

Vergoeding van gehoorapparaten valt onder de basisverzekering.

Om voor een hoortoestel in aanmerking te komen geldt dat uw gehoorverlies (gemiddelde van de metingen bij 1000, 2000 en 4000 Hz) 35 dB of meer moet zijn en/of dat u last heeft van ernstige tinnitus. Ook bijzondere individuele zorgvragen kunnen als indicatie gelden, zoals kinderen met een taal-, spraakprobleem.

Let op: vanaf 2013 komt u ook voor vergoeding in aanmerking als u aan één oor een gehoorverlies van 35 dB of meer heeft.

Voor kinderen tot 18 jaar geldt een medische indicatie (schriftelijke toelichting van het audiologisch centrum) als voorwaarde voor vergoeding. Personen tussen de 18 en 67 jaar moeten bij de eerste keer dat zij een hoorhulpmiddel aanschaffen een bewijs hebben van de behandelend kno-arts en/of audioloog. Personen van 68 jaar een ouder mogen rechstreeks naar een StAr-audicien die bevoegd is u op drie punten te testen: medisch, psychosociaal en audiologisch.

Let op! Ook al hebben zorgverzekeraars afgesproken zich allemaal aan deze richtlijn (veldnorm) te houden, toch wijken sommige verzekeraars hier vanaf. De ene verzekeraar (o.a. aangesloten bij de Achmea-groep) staat toe dat iedereen vanaf 18 (of zelfs 16 jaar) rechtstreeks naar een bevoegd audicien gaan. Andere verzekeraars (o.a. aangesloten bij de VGZ-groep) eisen dat iedereen met een een complexer gehoorverlies, functionerend in complexe luistersituaties of met aanvullende hooraandoeningen (vallend in de patiëntencategorie 4 en 5, zie hieronder bij protocol) naar een audiologisch centrum gaat. Weer een andere verzekeraar (o.a. aangesloten bij de CZ-groep) wil dat iedereen eerst langs een kno-arts en/of audioloog gaat. Raadpleeg dus uw eigen verzekeraar.

Hoorhulpmiddelen en dus ook hoortoestellen worden vanaf 2013 verstrekt op basis van 'functiegerichte aanspraak'. Dat wil zeggen dat u die hoorhulpmiddelen moet krijgen waarmee u goed kunt functioneren. Complex waar dat nodig is en simpel waar dat mogelijk is.
U wordt volgens een protocol ingedeeld in één van de 5 patiëntcategorieën: categorie 1 is relatief eenvoudig, categorie 5 is het meest complex.

Hoe werkt het protocol?

Stap A en B moeten uitwijzen of u een eenvoudige of een complexe ‘zorgvraag’ hebt ofwel in welke categorie u valt.

Wilt u een toestel uit een hogere categorie, dan komt u niet meer voor vergoeding in aanmerking.
Wilt u een toestel uit een lagere categorie aanschaffen om zo een lagere 25% eigen bijdrage te krijgen, dan heeft dit niet de voorkeur van de verzekeraars en evenmin van de audiciens en zal dit moeten worden vastgelegd in uw zorgdossier.
Wilt u accessoires aanschaffen zoals een afstandsbediening, dan kunt u hiervoor bijbetalen (soms worden deze ook vergoed vanuit de aanvullende verzekering).

Let op! Dit protocol is nieuw en uniek in de wereld. De NVVS heeft zorgen of het protocol ook een goede uitwerking is van de nieuwe wettelijke regeling van functiegerichte aanspraak waarover de NVVS enthousiast is, maar wil het protocol een kans geven mits het wordt aangepast en aangevuld waar dat nodig is.
Bent u dus niet tevreden over de geboden oplossing? Ga dan voor een second opinion naar een audioloog en meld de uitkomst bij uw verzekeraar en bij het meldpunt van de NVVS (vanaf februari 2013 bereikbaar op deze site). Zo kunnen we samen het protocol verder aanscherpen.

Vergoedingen voor hoortoestellen

Vanuit de basisverzekering worden in 2013 hoortoestellen (en tinnitusinstrumenten/-maskeerders) voor 75% vergoed. Zelf betaalt u een eigen bijdrage van 25%.

Let op! Op hoortoestellen is het eigen risico (naast de eigen bijdrage) van toepassing.
Let op! Wilt u alsnog een beroep doen op de vergoedingen van 2012, dan moet u in 2012 al zijn gestart met uw intake bij de audicien. Bovendien moet uw audicien uw gegevens voor 31 december 2012 hebben geregistreerd en u op een lijst geplaatst hebben om in aanmerking te komen voor de ZN-overgangsregeling.
In 2012 waren de volgende vergoedingen van kracht:
• eerste aanschaf van een hoortoestel: maximaal € 509,50
• vervanging van een hoortoestel na 5 jaar: maximaal € 509,50
• vervanging van een hoortoestel dat 6 à 7 jaar oud is: maximaal € 600,50
• vervanging van een hoortoestel dat meer dan 7 jaar oud is: maximaal € 691,00
• een hoortoestel voor kinderen tot 16 jaar: maximaal € 691,- (in 2011: € 683,-).
• voor een cros-toestel, bicros-toestel of beengeleideruitvoering (hoorbril of hoorbeugel) geldt een extra, aanvullende vergoeding van € 66,-.

Vergoedingen voor oorstukjes

Oorstukjes gelden in principe als aparte vergoedingspost (los van het hoortoestel). Oorstukjes worden volledig vergoed door de zorgverzekeraar.
Een toeslag voor het verzilveren of vergulden van oorstukjes in verband met allergie wordt eveneens vergoed door de zorgverzekeraar. Wel is dan een voorschrift nodig van een medisch specialist: kno-arts, audioloog of huisarts.

Voor vervanging van oorstukjes gelden de volgende vergoedingsvoorwaarden:

Er zijn verzekeraars die hier soepeler mee omgaan (vergoeding voor gebruikers ouder dan 16 jaar na 24 maanden of op speciaal verzoek van uw audioloog of kno-arts). Vraag dit na bij uw eigen verzekeraar.

De audicien regelt de vergoeding met uw zorgverzekeraar – op voorwaarde dat de audicien een contract met uw zorgverzekeraar heeft. Veel zorgverzekeraars hebben met de audiciens waarmee zij contracten aan zijn gegaan afspraken gemaakt over oorstukjes, reparaties en nazorg. Deze vallen dan binnen de gecontracteerde zorg. Vraag dit vooraf na.

Gecontracteerd of niet-gecontracteerd

Sommige verzekeraars hebben alleen met bepaalde audiciens(ketens) contracten afgesloten. Zorgverzekeraars van de Achmea-groep hebben contracten afgesloten met Beter Horen, Schoonenberg Hoorcomfort en SpecSavers. CZ-verzekeraars hebben geen contract gesloten met Schoonenberg Hoorcomfort. De zorgverzekeraars van UVIT hebben Hans Anders en SpecSavers alleen gecontracteerd voor categorie 1, 2 en 3-slechthorenden en Beter Horen, HoorProfs, Schoonenberg Hoorcomfort en Van Boxtel voor alle categorieën.

Schaft u een hoortoestel aan bij een gecontracteerde audicien dan ontvangt u dus 75% vergoeding en betaalt u alleen de wettelijke eigen bijdrage van 25%.
Gaat u naar een audicien die NIET door uw verzekeraar is gecontracteerd en heeft u een restitutiepolis, dan ontvangt u de marktconforme vergoeding minus de eigen bijdrage: in de praktijk betekent dit 75% van de prijs die de zorgverzekeraar als marktconform tarief heeft bepaald. Als de aanschafprijs van het toestel hoger is dan dit marktconforme tarief, komt dit verschil voor uw rekening.
Gaat u als verzekerde met een naturapolis naar een niet door uw verzekeraar gecontracteerde audicien, dan ontvangt u een lagere vergoeding. Bijvoorbeeld 50%, 70% of 75% van de marktconforme vergoeding minus 25% eigen bijdrage. Zie voor de kortingpercentages uw polisvoorwaarden.
Voordeel van kiezen voor niet-gecontracteerde zorg is dat u meer keuzevrijheid heeft en niet gebonden bent aan de hoortoestellen die geleverd worden binnen de categorie waarin u als slechthorende bent ingedeeld. Nadeel is dat u dus een lagere vergoeding kunt krijgen en dat u zelf alle kosten voor nazorg en reparaties moet betalen. Kosten die veelal wel afgedekt zijn in de contracten tussen verzekeraar en audicien.

Schaft u een 'hoortoestel' aan via een niet StAr Erkende audicien (bijvoorbeeld via een postorderbedrijf, internetbedrijf of apotheek zonder keurmerk) en u hebt een restitutie-verzekering, dan kan het zijn dat uw verzekeraar toch een bepaald percentage (meestal tussen de 50 en 80%) vergoedt. Let wel dat veel verzekeraars u binnen vijf jaar geen vergoeding voor een ander hoortoestel geven als blijkt dat het (zogenaamde) hoortoestel niet aan uw verwachtingen voldoet.

Aanvullende zorgverzekering

Het kan zijn dat (een deel van) uw 25% eigen bijdrage vergoedt wordt vanuit een aanvullende verzekering. Kijk hiervoor naar het overzicht bij 'Zoek en kies verzekeraar'. Vraag dit altijd na bij uw verzekeraar en vraag aan uw audicien of vergoeding heeft plaatsgevonden vanuit de basisverzekering of ook vanuit de aanvullende verzekering.

Maatschappelijke noodzaak

Heeft u een hoortoestel nodig voor uw maatschappelijke participatie (bijvoorbeeld om vrijwilligerswerk uit te oefenen of om politiek actief te zijn), dan kunt u een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Hiervoor moet u bij uw gemeente zijn. Overigens ontvangen wij als NVVS signalen dat weinig gemeenten hierin voorzien bij de uitvoering van de Wmo.

Fiscale aftrekpost

De 25% eigen bijdrage die u betaalt bij aanschaf van een hoortoestel mag niet opgevoerd worden als aftrekpost.
De kosten voor batterijen mogen wel meegenomen worden, maar niet altijd komt u dan boven de drempelwaarde uit.
Om te achterhalen of kosten van hoortoestellen die u geheel zelf heeft aangeschaft voor aftrek in aanmerking komen, moet u een schriftelijke aanvraag doen bij uw belastingkantoor. NVVS hoort wisselende berichten over het aftrekken van deze kosten als u recht had op vergoeding vanuit de zorgverzekering, maar u daar zelf om wat voor reden dan ook vanaf heeft gezien.
Voor meer informatie zie Belastingen.

Minima

Moet u rondkomen van een een minimum inkomen, dan kunt u naast bovengenoemde vergoedingen, regelingen en toeslagen ook nog een beroep doen op uw gemeente voor bijzondere bijstand of in een uiterste geval een beroep doen op particuliere fondsen.