Hoortoestellen

Alle hulpmiddelen die op de een of andere manier het horen en verstaan verbeteren noemen wij hoorhulpmiddelen. Het meest bekend zijn de hoortoestellen.

Wordt jouw gehoorverlies veroorzaakt door geleidingsverlies, dan kan dit vaak behoorlijk goed worden gecompenseerd met een hoorhulpmiddel. Bij een perceptief gehoorverlies kunnen de resultaten van een hoortoestel wisselend zijn.  Omdat naast gehoorverlies dan ook vervorming van geluid een rol speelt, is gehoorverlies vaak niet volledig te compenseren. De geluiden van een hoortoestel doen vaak wat ‘mechanisch’ aan. Neem de tijd om te wennen aan de geluiden van een hoortoestel. Veel hoortoestelgebruikers geven aan dat er een wereld voor hen openging nadat zij een (nieuw) hoortoestel hadden aangeschaft.

Een hoortoestel vangt geluid op via één of meerdere microfoons, bewerkt dit geluid (versterkt of dempt) en geeft het door aan jouw oor of direct aan jouw gehoorzenuw. De geluidsbewerking vindt plaats via een chip die met een computer is geprogrammeerd. Het goed afstellen zorgt ervoor dat de geluidsbewerking past bij de mate en aard van jouw gehoorverlies en is dus belangrijk. Voor een optimale afstelling van een hoortoestel moet je soms een aantal malen terugkomen bij jouw specialist. Hoe beter je kunt aangeven welke geluiden jij goed of minder goed hoort en welke geluiden je als prettig of onprettig ervaart, hoe beter het toestel kan worden afgesteld.

Met twee horende oren (met een maximaal onderling verschil van 10 decibel) kunnen je hersenen bepalen waar geluid vandaan komt. Ook kunnen je hersenen dan gemakkelijker verschillende geluiden onderscheiden. Ben je aan beide oren slechthorend, dan heeft het vaak de voorkeur om in beide oren een hoortoestel te dragen.

Categorie

Sinds 2013 zijn hoortoestellen ingedeeld in 5 categorieën die behoren bij het hoorhulpmiddelenprotocol voor het verstrekken van hoortoestellen. Van simpel (categorie 1) tot geavanceerd (categorie 5). Ook jij als slechthorende wordt op basis van hoortests, een vragenlijst over de luistersituaties en je persoonlijke behoeften in 5 categorieën ingedeeld. Deze indelingen zijn aan elkaar gekoppeld. Dat wil zeggen als je in categorie 3 valt, krijgt je een ook hoortoestel uit categorie 3 geadviseerd. Overigens hoeft het profijt dat je hebt van een eenvoudig toestel niet onder te doen voor dat van een geavanceerd toestel. ‘Het duurste toestel is niet altijd het beste voor jou!’. Welk toestel bij jou past, hangt nauw samen met jouw soort en mate van gehoorverlies, jouw wensen en jouw verwachtingen. Er is ook nog een categorie 99. Hierin zitten de bijzondere hoortoestellen. Implanteerbare hoortoestellen vallen niet onder de categorieën, omdat deze verstrekt worden door een ziekenhuis en dus vallen onder specialistische zorg en niet onder hulpmiddelenzorg.

Wil je weten welke eigenschappen een toestel heeft? Ga naar Zoek & kies Hoortoestellen , selecteer een toestel en bekijk de specificaties.

Let op! Volgens audiologen kunnen nagenoeg alle slechthorenden in Nederland binnen deze categorieën het hoortoestel krijgen waarmee ze prima kunnen functioneren. Ook de vele klantervaringen die wij verzamelen, bevestigen dit. Slechts in complexe gevallen is een ander toestel nodig. In dat geval kan jouw audicien en/of audioloog een ‘extra zorgaanvraag’ indienen bij jouw verzekeraar, mits je eerst twee proeven hebt gedaan met hoortoestellen binnen de categorie waarin je bent ingedeeld en goed beargumenteerd wordt waarom je daarmee niet uit de voeten kan. Het zelf (bij)betalen voor hoortoestellen (naast de 25% eigen bijdrage voor volwassenen en het eigen risico) is dus niet nodig en zou alleen mogen voorkomen voor extra functionaliteiten die leuk, maar niet nodig zijn om te kunnen functioneren.

Achter het oor (AHO)

Achter het oor hoortoestelEen ‘achter het oor’-toestel (AHO) is het toestel dat door verreweg de meeste hoortoesteldragers wordt gebruikt. Het geluid wordt via een flexibel slangetje en een oorstukje naar jouw gehoorgang gebracht. Gewone AHO-toestellen kunnen de meeste soorten slechthorendheid compenseren, ook zwaarder gehoorverlies. AHO-toestellen met open aanpassing zijn er met name voor de licht en matig gehoorverliezen.

Voordelen
  • Open aanpassing: Bij AHO’s met een open aanpassing blijft de gehoorgang open en belucht. Hierdoor vang je de lagere tonen rechtstreeks op en worden met name de hogere tonen versterkt doorgegeven. Het geluid komt minder mechanisch over, wat zeker bij beginnend gehoorverlies maakt dat je sneller aan je hoortoestel went. De AHO’s met open aanpassing zijn kleiner en dus lichter dan gewone AHO’s en hebben een standaard in plaats van een op maat gemaakt oorstukje met een dunner slangetje. Er zijn twee typen. Bij het ene type zit de luidspreker in het hoortoestel achter het oor. Bij het andere type zit de luidspreker in het oorstukje en loopt er een draadje door het slangetje (canal receiver technology, ofwel CRT-toestellen). AHO’s met open aanpassing zijn geschikt voor licht gehoorverlies tot ongeveer 70 decibel (dB) en voor hogetonenverlies.
  • AHO-toestellen zijn ook in zeer kleine modellen verkrijgbaar; wel is voor zwaar gehoorverlies meestal een groter formaat nodig vanwege de grotere versterker en grotere batterij.
  • AHO-toestellen bieden vaak meer ruimte voor de techniek en dus voor technische mogelijkheden. De luisterspoel (nodig voor gebruik van een ringleiding) is bij AHO-toestellen over het algemeen wat beter dan van andere typen hoortoestellen.
  • AHO-toestellen zijn meestal eenvoudig te bedienen en onderhouden.
  • Een AHO-toestel is robuuster en minder storingsgevoelig dan een ‘in het oor’-toestel (IHO).
  • Als jouw toestel gerepareerd moet worden, kun je een hoortoestel van jouw audicien lenen: het leentoestel kun je eenvoudig aan jouw eigen oorstukje bevestigen.
Nadelen
  • AHO-toestellen zijn soms meer zichtbaar dan ‘in het oor’-toestellen.
  • Afhankelijk van de waterdichtheid kunnen ze wat gevoelig zijn voor transpiratie.
  • Ze zijn niet stabiel bij wijduitstaande oren.
  • De functie van de oorschelp gaat bij richtinghoren verloren.
  • Bij langdurig gebruik kunnen de standaard oorstukjes in sommige gevallen leiden tot vervorming van de gehoorgang, waardoor de oorstukjes niet meer blijven zitten. Dit probleem is op te lossen door oorstukjes op maat te laten maken.

In het oor (IHO)

In het oor hoortoestelEen ‘gewoon’ In Het Oor IHO-toestel vult jouw oorschelp en wordt daarom ook wel ‘concha-model’ genoemd (de benaming voor oorschelp). Mini-IHO-toestellen (MIHO’s) passen in jouw gehoorgang maar zijn nog wel zichtbaar. De Completely in Channel-toestellen (CIC’s) zitten helemaal in jouw gehoorgang. Alleen het draadje waarmee je het toestel in- en uitdoet is zichtbaar. Sommigen vinden dit overigens te veel op een antenne lijken.

Voordelen
  • Het voordeel van alle IHO’s is dat het speakertje in de gehoorgang en dus op een natuurlijke plaats zit.
Nadelen
  • Er is door de beperkte ruimte minder plaats voor technische onderdelen, waardoor de prestaties ook beperkter zijn. Zo is er vaak geen ruimte voor een luisterspoel nodig voor het gebruik van een ringleiding.
  • IHO’s zijn gevoeliger voor beschadiging door oorsmeer, vocht of stof.
  • Ze sluiten de gehoorgang helemaal of bijna helemaal af, wat tot eczeem of oorontsteking kan leiden.
  • IHO’s zijn vaak duurder in aanschaf dan AHO-hoortoestellen en hebben een relatief hoog batterijverbruik.
  • Concha’s en MIHO’s zijn relatief gevoelig voor fluittonen.
  • De geringe grootte en de plaatsing in de gehoorgang zorgen ervoor dat sommige mensen moeite hebben om IHO’s in te brengen, te verwijderen en te bedienen.
  • CIC’s kunnen alleen een licht tot middelmatig gehoorverlies goed verbeteren.
  • De diameter van de gehoorgang moet groot genoeg zijn om ruimte te bieden aan een IHO-toestel.

Bijzondere hoortoestellen

Naast de meer gebruikelijke ‘achter het oor AHO‘- en de ‘in het oor IHO’-modellen kan er een reden zijn om voor de meer bijzondere hoortoestellen te kiezen. Deze modellen worden ook wel ingedeeld in categorie 99.

(Bi)Cros

Als je met één oor niets meer hoort, kun je geluidssignalen van die kant niet waarnemen. Met een cros-toestel (contralateral routing of signals) op jouw dove oor kan je geluidssignalen via een draadloos systeem doorgeven aan jouw goede oor. Het is dan lastig om te bepalen waar geluiden vandaan komen, maar je kan ze in ieder geval wel horen.

Als jouw beste oor slechthorend is, kan je een bicros-systeem nemen. Je hebt dan een zender op jouw dove oor die de geluidssignalen versterkt doorgeeft aan het hoortoestel op jouw slechthorende oor.

Hoorbeugel

Een hoorbeugel met beengeleiding heeft trilblokjes die op het bot direct achter het oor trillen en zo het geluid overdragen. Een hoorbeugel wordt als een ‘haarband’ op het hoofd gedragen. Deze optie wordt soms gebruikt als iemand geen oorstukjes in kan of kan verdragen of als geluiden alleen nog via trilling waar te nemen zijn.

Hoorbril

Een hoorbril met beengeleiding trilt op het bot direct achter het oor en draagt zo het geluid over. Deze bril is geschikt voor mensen met geleidingsslechthorendheid.

Hoorbril: bril met hoortoestel ingebouwd in de potenEen hoorbril met luchtgeleiding is een bril met gehoorapparatuur in de poten: de microfoon(s) en de versterker zijn geïntegreerd in de poten van de bril. De poten zijn via slangetjes verbonden met ‘gewone’ oorstukjes, die het geluid doorgeven aan het oor. Voor slechthorenden die zowel een bril als een hoortoestel gebruiken kan een hoorbril handig zijn. Een hoorbril heeft meer microfoons dan een gewoon ‘achter het oor’-toestel , waardoor het spraakverstaan met name in een rumoerige omgeving verbetert. De hoorbril behoort tot het duurste segment hoorhulpmiddelen.

Het voordeel van een hoorbril kan ook het nadeel zijn: als er een brillenglas beschadigd is, zal je tijdelijk een vervangende bril moeten dragen totdat jouw nieuwe brillenglas geleverd is. In de tussentijd zit je zonder hoortoestellen. Maar wellicht kan jouw audicien je dan leentoestellen aanbieden. Is er iets met de hoortoestellen in de bril aan de hand dat niet direct verholpen kan worden, dan krijg je tijdelijk een vervangende poot aan jouw hoorbril. Kleine reparaties of vervanging van onderdelen kunnen vaak ter plekke worden uitgevoerd.

Kasttoestel

Een kasttoestel bestaat uit een kastje, een draad en een oortelefoontje. Het kastje, dat meestal op de borst wordt gedragen, bevat de apparatuur. Met een draad en oortelefoontje wordt het geluid doorgegeven aan jouw gehoorgang. Kasttoestellen in traditionele vorm worden nauwelijks meer gemaakt omdat de voordelen (geluidsversterking voor zwaar slechthorenden) tegenwoordig ook kunnen worden bereikt met sterke ‘achter het oor’-toestellen. Kasttoestellen worden nog wel gebruikt bij geleidingsslechthorendheid in combinatie met een hoorbeugel. Ook is er een digitale variant van het kasttoestel.

Implanteerbare hoortoestellen

Er zijn verschillende soorten implanteerbare hoortoestellen.

Cochleair implantaat (CI)

Cochleair implantaat: implanteerbaar hoortoestelEen cochleair implantaat (CI) wordt toegepast bij zwaar slechthorenden en doven. Het implantaat bestaat uit een elektrode (een zeer dunne draad) die operatief wordt ingebracht in het slakkenhuis. De elektrode wordt gekoppeld aan een spraakprocessor (het uitwendige gedeelte). Omdat een CI met minder frequenties werkt dan het natuurlijke gehoor of een hoortoestel, is het waarnemen van geluid met een CI totaal anders. Als je een CI krijgt, moet je daarom door een langdurig oefen- en revalidatieproces opnieuw ‘leren luisteren’ en het CI-geluid leren interpreteren.

Botverankerde hoortoestellen

Een botverankerd hoortoestel wordt toegepast bij geleidingsslechthorendheid en ook wel als je geen oorstukjes verdraagt. Een botverankerd hoortoestel brengt het geluid over via trillingen. Het implantaat is een trilblokje dat operatief in de schedel wordt vastgezet. De microfoon en versterker brengen het blokje en daarmee het bot in trilling. Hierdoor komt het slakkenhuis in trilling en wordt het geluid doorgegeven. Er bestaan op dit moment twee merken: de BAHA (Bone Anchored Hearing Aid) van Cochlear en de Ponto van Oticon Medical. Bij jonge kinderen tot circa 5 jaar kan het trilblokje nog niet in de schedel worden vastgezet. Voor deze groep bestaat er bijvoorbeeld de BAHA met softband, waarbij het trilblokje verwerkt is in een hoofdband. Botverankerde hoortoestellen worden de laatste tijd ook steeds meer als een cros hoortoestel (zie hierboven bij bijzondere hoortoestellen) gebruikt bij mensen met een éénzijdig perceptief gehoorverlies. Het geluid aan de kant van het slechte oor wordt daarmee aan het goede oor hoorbaar gemaakt.

Soundbridge en ABI

Wanneer uw gehoorverlies te maken heeft met het niet goed functioneren van hamer, aambeeld en stijgbeugel, dan wordt vaak de Soundbridge toegepast. Daarnaast is er nog het hersenstamimplantaat ABI.

Volledig implanteerbaar hoortoestel

Een volledig implanteerbaar hoortoestel wordt operatief ingebracht. Met zo’n type hoortoestel kun je douchen, zwemmen en sporten, en heb je geen last van bijvoorbeeld windgeruis. Via een afstandsbediening zet je het hoortoestel aan en uit, en stel je het in. Na ongeveer vijf jaar moet de batterij worden vervangen via een poliklinische ingreep. Eventueel kan dan ook nieuwe software worden ingebracht. Volledig implanteerbare hoortoestellen zijn geschikt voor diverse vormen van gehoorverlies.

Voor meer informatie over implantaten verwijzen wij naar de Vraagbaak en naar de algemene site van Stichting Hoormij, naar CIkeuzehulp en OPCI.

Oorstukjes

Toestellen met een open aanpassing worden meestal geleverd met universele siliconen dopjes.  Deze dopjes zijn rond van vorm. Aangezien de meeste mensen een gehoorgang hebben die ovaal is, blijft zo’n dopje meestal prima zitten tussen de eerste en tweede knik in de gehoorgang. Ook zijn er oorstukjes waarbij het speakertje in het oorstukje is verwerkt.

Let op: Bij langdurig gebruik van universele oorstukjes kan soms vervorming van de gehoorgang optreden, waardoor de dopjes niet meer blijven zitten.

Op maat gemaakt oorstukje van een hoortoestelBij sommige mensen zijn de standaard dopjes te klein of juist te groot en is de pasvorm dus niet optimaal. In dat geval kan er ook voor toestellen met een open aanpassing maat-oorstukjes worden gemaakt. Ook voor de zwaardere hoortoestellen zijn maatstukjes nodig. Voor het maken van een oorstukje op maat, zal de audicien (of audioloog) een afdruk van jouw gehoorgang maken. Op basis van de afdruk maakt een laborant vervolgens een oorstukje. Het materiaal waarmee de afdruk wordt gemaakt is belangrijk voor een goed eindresultaat en moet worden afgestemd op:

  • jouw leeftijd (vanwege de flexibiliteit van jouw oorschelp en jouw gehoorgang);
  • jouw mate van slechthorendheid (hoe zwaarder jouw gehoorverlies, hoe steviger de afdruk moet zijn), en:
  • het soort oorstukjes dat je nodig hebt (harde of flexibele oorstukjes).

Verzilverd oorstukje van een hoortoestelLet op: als je hoortoestel gaat fluiten bij praten, lachen of eten, of als je pijn, jeuk of irritatie ervaart is het vaak een teken dat er iets niet goed is met je oorstukje. Je kunt jouw audicien of audioloog vragen het oorstukje bij te slijpen of opnieuw te maken. Is jouw oorstukje gemaakt van hard acryl en druk het te zwaar op jouw gehoorgang kan je vragen om een zachter, flexibel siliconenmateriaal. Bij jeuk of schilferige huid door bijvoorbeeld een allergie, kan je ervoor kiezen om een speciaal laagje (glaslak, zilver of goud) aan te brengen. Blijf je problemen houden, neem dan contact op met Labformaat.

Vergoedingen

Vergoeding van gehoorapparaten valt in eerste instantie onder de basisverzekering.

Om voor een hoortoestel in aanmerking te komen geldt dat jouw gehoorverlies (gemiddelde van de metingen bij 1000, 2000 en 4000 Hz) 35 dB of meer moet zijn en/of dat je last hebt van ernstige tinnitus. Voldoe je niet aan de 35 dB-criterium, dan kun je een beroep doen op de bijzondere individuele zorgvraag. Je moet dan een speciale machtiging aanvragen bij jouw zorgverzekeraar. In de praktijk gebeurt dit meestal voor kinderen met een taal-, spraakprobleem.

Vanuit de basisverzekering worden hoortoestellen (en tinnitusinstrumenten/-maskeerders) voor personen vanaf 18 jaar 75% vergoed. Zelf betaal je een eigen bijdrage van 25%. Hoortoestellen voor kinderen tot 18 jaar worden 100% vergoed.

Let op! Op hoortoestellen is het eigen risico (naast de eigen bijdrage) van toepassing.

Oorstukjes worden gezien als onderdeel van het hoortoestel. Oorstukjes worden volledig vergoed door de zorgverzekeraar. Wel maken zorgverzekeraars met audiciens afspraken over de termijn waarop een oorstukje mag worden vervangen. Vaak is dit bij kinderen eens per jaar en bij volwassenen om de 30 maanden. Een toeslag voor het verzilveren of vergulden van oorstukjes in verband met allergie wordt eveneens vergoed door de zorgverzekeraar. Wel is dan een voorschrift nodig van een (medisch) specialist: kno-arts, audioloog of huisarts.

De audicien regelt de vergoeding vanuit de basisverzekering met jouw zorgverzekeraar – op voorwaarde dat de audicien een contract met jouw zorgverzekeraar heeft. Veel zorgverzekeraars hebben met de audiciens waarmee zij contracten aan zijn gegaan ook afspraken gemaakt over reparaties en nazorg. Deze vallen dan binnen de gecontracteerde zorg. Vraag dit vooraf na.

Gecontracteerd of niet-gecontracteerd

Sommige verzekeraars hebben alleen met bepaalde audiciens(ketens) contracten afgesloten. Zie Zoek & kies verzekeraars en Zoek & kies audiciens.

Ga je naar een audicien die NIET door jouw verzekeraar is gecontracteerd en heb je een restitutiepolis, dan ontvang je de marktconforme vergoeding minus de eigen bijdrage: in de praktijk betekent dit 75% van de prijs die de zorgverzekeraar als marktconform tarief heeft bepaald. Als de aanschafprijs van het toestel hoger is dan dit marktconforme tarief, komt dit verschil voor jouw rekening. Ga je als verzekerde met een naturapolis naar een niet door jouw verzekeraar gecontracteerde audicien, dan ontvang je een lagere vergoeding. Bijvoorbeeld 50%, 70% of 75% van de marktconforme vergoeding minus 25% eigen bijdrage.

Voordeel van kiezen voor niet-gecontracteerde zorg is dat je meer keuzevrijheid hebt. Nadeel is dat je dus een lagere vergoeding krijgt en dat je zelf alle kosten voor nazorg en reparaties moet betalen. Kosten die veelal wel afgedekt zijn in de contracten tussen verzekeraar en audicien.

Let op! Schaf je een ‘hoortoestel’ aan via een niet StAr Erkende audicien (bijvoorbeeld via een postorderbedrijf, internetbedrijf of apotheek zonder keurmerk) en je hebt een restitutie-verzekering, dan kan het zijn dat jouw verzekeraar toch een bepaald percentage (meestal tussen de 50 en 80%) vergoedt. Let wel dat veel verzekeraars je binnen vijf jaar geen vergoeding voor een ander hoortoestel geven als blijkt dat het (zogenaamde) hoortoestel niet aan jouw verwachtingen voldoet.

 Aanvullende zorgverzekering

Het kan zijn dat (een deel van) jouw 25% eigen bijdrage vergoedt wordt vanuit een aanvullende verzekering. Kijk hiervoor naar het overzicht bij Zoek & kies verzekeraars. Vraag dit altijd na bij jouw verzekeraar en vraag aan jouw audicien of vergoeding heeft plaatsgevonden vanuit de basisverzekering of ook vanuit de aanvullende verzekering. Vaak moet je de vergoeding vanuit de aanvullende verzekering zelf regelen.

Maatschappelijke noodzaak

Heb je een hoortoestel nodig voor jouw maatschappelijke participatie (bijvoorbeeld om vrijwilligerswerk uit te oefenen of om politiek actief te zijn), dan kun je een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Hiervoor moet je bij jouw gemeente zijn. Overigens ontvangen wij signalen dat weinig gemeenten hierin voorzien bij de uitvoering van de Wmo.

Fiscale aftrekpost

De 25% eigen bijdrage die je betaalt bij aanschaf van een hoortoestel mag niet opgevoerd worden als aftrekpost bij de belastingen. De kosten voor batterijen mogen wel meegenomen worden, maar niet altijd kom je dan boven de drempelwaarde uit. Om te achterhalen of kosten van hoortoestellen die je geheel zelf hebt aangeschaft voor aftrek in aanmerking komen, moet je een schriftelijke aanvraag doen bij jouw belastingkantoor. Voor meer informatie zie Belastingdienst.

Minima

Moet je rondkomen van een minimum inkomen, dan kun je naast bovengenoemde vergoedingen, regelingen en toeslagen ook nog een beroep doen op jouw gemeente voor bijzondere bijstand of in een uiterste geval een beroep doen op particuliere fondsen.