Vraagbaak

Als je hoortoestellen aanschaft, zet een audicien er soms ongevraagd een bedrag bij voor nazorg en/of voor een schadeverzekering tegen verlies en diefstal. De meeste nazorg is al geregeld via de contracten die verzekeraars met audiciens hebben afgesloten. Hieronder vallen doorgaans werkzaamheden als vervanging van kleine onderdelen van het hoortoestel, het reinigen en opnieuw afstellen van het hoortoestel of het in bruikleen geven van een vervangend hoortoestel als jouw eigen toestel in reparatie is. De nazorgpakketten die sommige audiciens verkopen gaan vaak over batterijen, een droogbox en/of een verzekering tegen verlies en diefstal.

Informatie vooraf door audicien

Het is niet goed als je onverwacht een bedrag voor nazorg op jouw rekening aantreft. Als cliënt heb je recht op goede en volledige informatie vooraf. Niet alleen over wat jouw hoortoestel kan, maar ook over alle bijkomende zaken én de daarbij horende kosten. Ons advies is dan ook: vraag altijd na wat de nazorg precies inhoudt en wat de extra nazorg jou kost. Vraag of de audicien deze gegevens ook op papier heeft staan, zodat je ze later nog eens rustig kunt bekijken. En kijk ook eens naar andere aanbieders. Zie stap 6 in ons stappenplan.

Onderlinge verschillen tussen audiciens

Overigens verstaat iedere audicien iets anders onder nazorg. De NVVS probeert hierin meer helderheid te verschaffen. Bij Zoek & Kies Audiciens kun je op zoek gaan naar een audicien in jouw regio. Klik vervolgens door naar een bepaalde audicien. Mogelijk heeft jouw audicien hier precies aangegeven welke handelingen onder de nazorg vallen en welk bedrag in rekening wordt gebracht. Wordt dit niet vermeld, vraag er dan naar bij het eerste gesprek met jouw audicien en wijs hem/haar op de mogelijkheid dit aspect in te voeren op Hoorwijzer.nl. Zo draag je een steentje bij aan meer transparantie voor alle cliënten.

 

Dankzij de Wet op de Medische Keuringen is ongebreideld keuren als toelatingseis voor verzekeringen niet toegestaan. Ook het vragen naar mogelijke erfelijkheid van ziekten is door deze wet aan regels gebonden. Wel mag een verzekeraar informatie vragen om het statistisch risico te kunnen inschatten, bijvoorbeeld het risico op arbeidsongeschiktheid of vroegtijdig overlijden. Verzekeraars mogen niet zomaar risicoselecties toepassen. Wel mogen zij in principe elke klant weigeren. Overigens is het niet in het belang van de verzekeraar om mensen massaal te weigeren.

Wil een verzekeraar jou niet accepteren, vraag dan om een goede motivatie voor de weigering. Is de (motivatie voor) de weigering in jouw ogen onterecht? Dien dan een klacht in. Blijft de verzekeraar bij de weigering, dan zul je bij een andere verzekeraar een verzekering moeten zoeken. Als je door een bepaalde verzekeraar wordt geweigerd, wil dat dus niet altijd zeggen dat een andere verzekeraar jou ook niet zal accepteren.

 

Soms komt het voor dat je een declaratie krijgt van je ziektekostenverzekeraar vanwege een bezoek aan het audiologisch centrum van meer dan twee jaar geleden, waarbij de kosten van dat bezoek alsnog worden verrekend met jouw eigen risico van dat jaar. Je kunt helaas niet anders dan dit accepteren.

De gang van zaken is namelijk als volgt: als iemand een bezoek brengt aan een audiologisch centrum, verwacht men dat die persoon daarna nog een keer terugkomt voor een fijnafstelling, een alternatief of tweede meting. Jouw rekening blijft een jaar openstaan en wordt daarna pas afgesloten. Een maand later wordt deze in rekening gebracht bij de zorgverzekeraar, waarna deze de rekening verwerkt. De verzekeraar betaalt het audiologisch centrum en constateert dan dat ze het bedrag nog moet verrekenen met jouw eigen risico van dat jaar. Ook deze administratieve handeling kost de nodige tijd , waardoor de declaratie aan jou zomaar twee kalenderjaren later kan zijn. De audiologische centra sturen jou ook veel liever eerder een factuur, maar dat mag niet. Het is namelijk een gevolg van het systeem dat de overheid heeft opgelegd.

Je kunt zelf kiezen naar welke audicien je wilt gaan voor het aanschaffen van hoortoestellen. Wanneer je een naturaverzekering hebt kan het zijn dat jouw verzekeraar een contract heeft afgesloten met een bepaalde audicien(keten) en je dus beperkt bent in jouw keuzevrijheid of een minder hoge vergoeding ontvangt wanneer je naar een niet-gecontracteerde audicien gaat.

Proefperiode

Je doet er goed aan een hoortoestel eerst te proberen voordat je het daadwerkelijk aanschaft. De audicien moet je hiertoe in staat te stellen via een gratis proefperiode van 8 weken. Het is raadzaam hierover duidelijke afspraken te maken met jouw audicien.
Als tijdens de proefperiode blijkt dat de audicien je niet voldoende kan helpen, staat het je vrij om niet tot koop over te gaan. Teken pas een tevredenheidsverklaring, als je ook echt goed kunt functioneren met het toestel en het voldoet aan de vooraf afgesproken verwachtingen.

Voorkeursmerken

Zeker daar veel audiciens werken met voorkeursmerken, kan het zijn dat je net met dat merk niet voldoende uit de voeten kan en je met het merk van een andere audicien beter kan functioneren. Wanneer je van audicien wisselt kan dat soms een probleem opleveren met de kosten van een eventueel oorstukje. Check bij jouw zorgverzekeraar of deze de kosten van de oorstukjes op zich neemt. Er mogen geen andere kosten aan je worden doorberekend bij overstap.

In Nederland geeft de Stichting Audiciensregister (StAr) de kwaliteitsverklaringen af. Zowel een audicien als persoon, als ook de winkel kunnen voldoen aan de StAr-eisen.

StAr geregistreerd

Een audicien die als persoon voldoet aan de eisen van vakbekwaamheid én die werkt volgens de eisen van StAr, kan een registratiebewijs aanvragen en zich laten registreren.

Erkend audicien

Een winkel die voldoet aan de StAr-eisen, krijgt het keurmerk ‘Erkend audicien’. Wanneer je via ‘Zoek & kies Audicien’ een audicien selecteert, staat vermeld of deze winkel wel of niet het keurmerk heeft.

Een hoortoestel wordt gekozen door jou en de audicien samen. Dit staat in de veldnorm die voor het eerst is ondertekend op 11 december 2008 door diverse partijen in de hoorbranche, waaronder de kno-vereniging. De keuze wordt gebaseerd op de mate van gehoorverlies, het beoogd gebruik, jouw eisen, de kosten van het hoortoestel en op de eventuele informatie/voorwaarden van de betrokken kno-arts of audioloog.

Vrije keuze voor hoortoestel

Kortom, het ligt voor de hand dat de kno-arts je een recept meegeeft voor een categorie hoortoestel, maar niet voor een specifiek merk. Jij kunt dan samen met de audicien het merk en type hoortoestel kiezen. De audicien kan vervolgens met jouw kno-arts of audioloog overleggen of de keuze akkoord is.

Voorschrift voor bepaald merk en type hoortoestel

In uitzonderlijke gevallen kan een kno-arts of audioloog je wel een bepaald merk en type hoortoestel voorschrijven, bijvoorbeeld als je al meerdere toestellen tevergeefs hebt geprobeerd. In dergelijke situaties mag je verwachten dat jouw kno-arts of audioloog je uitlegt waarom je dit bepaalde merk en type hoortoestel krijgt voorgeschreven. Ook bij kinderen onder de 18 jaar mag een audioloog een bepaald hoortoestel voorschrijven.

Ja, elektrische apparaten in jouw omgeving kunnen inderdaad storing geven op hoortoestellen en soloapparatuur. Wel wordt er steeds meer aandacht besteed aan ‘immunisatie’: het voorkomen van elektromagnetische storing van het ene apparaat op het andere. De eisen die de EU en de FDA (VS) op dit gebied stellen, zijn geleidelijk strenger geworden. Desondanks komt het probleem van storing van het ene apparaat op het andere nog vaak voor. Zo zijn bijvoorbeeld computers nog steeds sterke storingsbronnen. Auto-elektronica – auto’s bevatten steeds meer elektronica – kan eveneens storen op jouw hoortoestel, ondanks de strengere normen. Verder zijn de poortjes bij winkelingangen beruchte storingsbronnen. Ook in andere situaties melden hoortoestelgebruikers en gebruikers van soloapparatuur problemen. Zo kan ook de aanwezigheid van veel staal ruis veroorzaken bij jouw soloapparatuur.

Kritisch inkopen

Een echte oplossing is er (nog) niet. Het komt er dus op neer dat je je bewust moet zijn van de kans op storing. Houd hiermee zo veel mogelijk rekening bij de aanschaf van producten waarin elektronica is verwerkt, zoals een auto, mobiele telefoon, computer, enzovoorts. Probeer ze uit in combinatie met jouw hoorhulpmiddelen voordat je ze aanschaft.

Cell broadcast is een techniek om tekstberichten te verzenden naar elke mobiele telefoon in een bepaald (postcode)gebied. Om precies te zijn: cell broadcast verstuurt radiografische tekstberichten naar alle mobiele telefoons die zich binnen een bepaalde afstand van een zendmast voor mobiele telefonie bevinden. Zo’n tekstbericht ziet eruit als een SMS, maar wordt via een ander kanaal verstuurd.

Voordelen

Bij cell broadcasting kan er geen ‘wachtrij’ ontstaan (zoals bij SMS wel het geval is). Bovendien werkt cell broadcasting ook als het mobiele netwerk uitvalt; ook dan wordt iedereen met een mobiele telefoon meteen bereikt. Zodoende levert cell broadcasting goede aanvullende informatie naast de sirene en de radio.

In een cell broadcast-bericht staat wat er aan de hand is en wat je moet doen. Het is dé vorm van burgeralarmering – die bovendien bij uitstek geschikt is voor slechthorenden en doven, vinden wij als belangenorganisaties.

Gebruik

Als je jouw mobiele telefoon gebruikt in de ‘trilfunctie’, hoef je nooit een oproep te missen. De normale, vaste telefoon is onvoldoende geschikt omdat bij stroomuitval (door welke ramp dan ook) ook de telefoon uitvalt.

Burgeralarmering is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Lang niet elke gemeente zet alarmering via tekstberichten in bij calamiteiten. Er zijn gemeentes die werken met alarmering via SMS. Verder zijn er bedrijven waarbij je een soort abonnement kunt nemen op SMS-alarmering. De belangenorganisaties van doven en slechthorenden maken zich hard voor alarmering via cell broadcast.

 

De tijd die nodig is om aan een hoortoestel te wennen, verschilt per persoon. Dit kan onder meer afhangen van:

  • jouw mate van gehoorverlies;
  • de aard van jouw gehoorverlies: er zijn meerdere soorten slechthorendheid;
  • de tijd dat je al slechthorend bent;
  • het soort hoortoestel dat je probeert;
  • de situaties en de mate waarin je het hoortoestel gebruikt;
  • jouw houding ten aanzien van het willen of moeten dragen.

Vaak kun je het gewenningsproces positief beïnvloeden door jouw nieuwe hoortoestel een tijdlang voor één bepaalde luistersituatie te gebruiken. Als dit goed gaat, kan je het toestel stapsgewijs in steeds meer luistersituaties gaan gebruiken. Het is daarom goed dat je hoortoestellen 8 weken op proef mag proberen.

Teken nooit een tevredenheidsverklaring als je niet goed kunt functioneren met het hoortoestel en het niet voldoet aan de vooraf besproken verwachtingen.

Het is niet raadzaam om tweedehands hoortoestellen te gebruiken. Een hoortoestel is alleen nuttig als het past bij jouw specifieke gehoorverlies (jouw soort gehoorverlies en jouw mate van gehoorverlies) én als het kundig is ingesteld. Zo niet, dan kan jouw gehoor overbelast worden en daardoor (verder) achteruitgaan. Verder is een tweedehands hoortoestel onpraktisch. Wie maakt het oorstukje, wie levert de service, hoe moet het met het gratis proberen? Tenslotte zijn tweedehands hoortoestellen vaak duur, omdat de zorgverzekeraar niets vergoed.

Pas op voor (extra) gehoorschade

Veel mensen denken ten onrechte dat een tweedehands hoortoestel geen risico op gehoorschade oplevert, omdat zij het volume zelf kunnen regelen. Dit is maar ten dele waar. Steeds meer hoortoestellen werken automatisch, dus zonder volumeknop. En zelfs als het volume handmatig te regelen is, heb je geen vat op de geluidspieken die optreden bij plotseling lawaai. Juist deze harde geluiden kunnen jouw gehoor via een onvoldoende begrensd hoortoestel (extra) schade toebrengen.

Natuurlijk staat het je vrij om binnen vijf jaar nieuwe hoortoestellen aan te schaffen. De vergoeding daarvan door jouw zorgverzekeraar is echter niet vanzelfsprekend. De zorgverzekeraar staat een tussentijdse vernieuwing van jouw hoortoestel soms toe als een kno-arts of audioloog dit noodzakelijk vindt, omdat jouw gehoor bijvoorbeeld erg achteruit is gegaan. De zorgverzekeraar wil dan een gespecificeerde aanvraag van jouw specialist ontvangen. Sommige zorgverzekeraars hebben in hun contracten afgesloten dat dit risico voor de audicien is en jouw audicien jou voor 5 jaar lang goede hoorzorg moet leveren, ook als je een ander hoortoestel nodig hebt. Vraag dus voor vervangende aanschaf binnen 5 jaar altijd informatie op bij jouw zorgverzekeraar.
Mocht jouw verzoek worden afgewezen, dan is nog altijd de keus aan jou of je het hoortoestel zelf kunt en wilt bekostigen.

Kijk bij Zoek & kies Verzekeringen hoe jouw verzekeraar denkt over vervanging binnen 5 jaar.

 

 

Naast ‘achter het oor’- en ‘in het oor’-hoortoestellen zijn er ook hoortoestellen die geïmplanteerd worden. Bekend zijn onder andere het cochleair implantaat (CI), de botverankerde hoortoestellen ( Bone Anchored Hearing Aid  BAHA en Ponto), het hersenstamimplantaat ABI en de Sound Bridge.

Deze site richt zich vooral op hoorhulpmiddelen (en dus hoortoestellen) die binnen de zorgverzekeringswet worden vergoed vanuit de ‘paragraaf hulpmiddelen’. Implantaten worden vergoed vanuit ‘specialistische zorg’. Voor informatie over implanteerbare hoortoestellen kun je terecht bij onderstaande bronnen.

Algemene site van Stichting Hoormij

Op onze algemene website www.stichtinghoormij.nl vind je informatie over verschillende aspecten van een CI en de botverankerde hoortoestellen. Op deze site staan ook verwijzingen naar persoonlijke ervaringen van BAHA-gebruikers. Neem ook eens een kijkje op de CI-keuzehulp en op de plotsdoof-keuzehulp.

OPCIweb

Dit is de website van OPCI (Onafhankelijk Platform Cochleaire Implantatie). Deze vrijwilligersorganisatie, waar Stichting Hoormij ook aan deelneemt, behartigt de belangen van mensen die een CI gebruiken of dit overwegen. Ook ouders van kinderen met een CI behoren tot de doelgroep. Op de website van OPCI vind je veel informatie, ervaringsverhalen en een forum van/voor (aanstaande) CI-gebruikers. Ook is op deze website de veldnorm CI te vinden.

Cochlear Implant Centra

In Nederland worden cochleaire implantaties uitgevoerd in de 8 academische ziekenhuizen. Een overzicht van alle CI-teams is te vinden op Opciweb.

 

Overige websites

Op internet kun je tal van websites vinden met informatie over implantaten. Wij noemen er enkele.

Zo Hoort Het

Stichting ‘Zo Hoort Het’ wil dove en slechthorende kinderen en jongeren (met en zonder CI) meer met elkaar in contact brengen en van elkaar laten leren.

Doof.nl

Doof.nl bestaat sinds 1997 en is een website voor ernstig slechthorenden en doven in de Benelux. De site biedt regelmatig nieuws over cochleaire implantatie.

Hoorreis

Om te voorzien in de informatiebehoefte van mensen die een CI gebruiken of dit overwegen, heeft Advanced Bionics het initiatief genomen voor een website waar CI-gebruikers ervaringen kunnen uitwisselen. De website heeft de naam Hoorreis gekregen. Hierop zijn ook ervaringsverhalen te vinden.

ONICI

ONICI is het Vlaams Onafhankelijk Informatiecentrum over Cochleaire Implantatie.

VLOK-CI

VLOK-CI is een Vlaamse vereniging van en voor ouders van slechthorende en dove kinderen met een CI.

 

Uw eigen specialist

Heb je vragen over jouw specifieke, individuele situatie? Neem dan contact op met de kno-arts bij wie je onder behandeling bent of gaat komen.

Leveranciers

Tenslotte kun je ook terecht bij de diverse leveranciers: Cochlear Benelux NV (leverancier van BAHA en CI in Nederland en België), Oticon Medical (leverancier van de Ponto, Advanced Bionics N.V. (CI-leverancier in Nederland en België) , MED-EL Nederland (leverancier van CI, ABI en Vibrant Soundbridge (VSB) in België. Leveranties in Nederland verlopen via Veenhuis Medical Audio B.V.), Otologics (BAHA-fabrikant).

Tip! Heb je een implanteerbaar toestel en moet je worden geopereerd of bestraald? Klik dan hier voor nadere informatie.

 

Hoe goed jouw hoortoestel tegen stof en vocht kan, kun je zien aan het IP-nummer.

Het eerste cijfer in het IP-nummer geeft aan hoe goed het hoortoestel tegen stof kan:
0 t/m 4 – niet bestendig tegen stof
5  – stofbescherming
6 – stofvrij.

Het tweede cijfer geeft aan hoe goed jouw hoortoestel tegen vocht kan:
0 niet bestendig tegen water
1 of 2 – drupdicht
3 – spatdicht
4 – plensdicht
5 – sproeidicht
6 – waterbestendig
7 – dompeldicht
8 – waterdicht
9 – vochtdicht.

Als jouw hoortoestel een laag tweede cijfer heeft,  moet je vochtige omstandigheden (regenwater, overmatige transpiratie, douchen, zwemmen, enzovoorts) zo veel mogelijk vermijden.

Tropenbehandeling

Heb je een toestel met een laag waterdichtheidscijfer en wil je daar iets aan doen, dan kan je jouw hoortoestellen bij de audicien een ‘tropenbehandeling’ laten geven. Dan voorziet de fabrikant de elektronica van een soort siliconenlaagje; een nano-coating die vochtafstotend is, waardoor corrosie zoveel mogelijk wordt voorkomen. De meeste digitale hoortoestellen beschikken al over zo’n nanocoating. De kosten variëren per fabrikant, maar liggen meestal rond de € 75,-.

Hoesje

Ook SuperSeals kunnen een oplossing bieden. Dit zijn speciale rubberen hoesjes die met een tang over de hoortoestellen worden getrokken.

Droogdoosje

Wat ook werkt om beschadiging door vocht tegen te gaan is een droogdoosje waar je jouw hoortoestellen ’s nachts inlegt. Er bestaan droogdoosjes en -zakjes op elektriciteit of met droogtabletten.

Jouw audicien kan je verder informeren over deze mogelijkheden.

‘Achter het oor’-hoortoestellen kunnen zowel met open als gesloten oorstukjes in verschillende soorten en maten worden geleverd.

Open aanpassing

Er zijn hoortoestellen met een zogenaamde ‘open aanpassing’. Dit zijn hoortoestellen met zeer kleine flexibele standaard oorstukjes. De gehoorgang blijft bij deze oorstukjes open en belucht. Dit vergroot het comfort en beperkt de kans op irritaties in de gehoorgang. Er zijn ook varianten waarbij de microfoon in het oorstukje zit. Hoortoestellen met open aanpassing zijn op dit moment geschikt voor gehoorverliezen tot ongeveer 70 decibel (dB) en met name voor hogetonenverlies: doordat de gehoorgang niet volledig wordt afgesloten, worden de lage tonen langs de natuurlijke weg doorgelaten en alleen de hoge tonen versterkt doorgegeven. Deze hoortoestellen worden veel gebruikt bij ‘ouderdoms’-gehoorverlies. Het maakt het wennen aan hoortoestellen vaak makkelijker, maar soms blijven de oorstukjes niet goed op zijn plaats waardoor je hoortoestellen gaan fluiten.

Op maat

Voor de overige ‘achter het oor’-toestellen worden oorstukjes op maat gemaakt: de gesloten oorstukjes. Ook hierin bestaan allerlei varianten. Laat je door jouw audicien informeren over de mogelijkheden.

 

Hoortoestellen met een zogenoemde ‘open aanpassing’ hebben zeer kleine, flexibele, universele oorstukjes. Bij langdurig gebruik kunnen deze standaardoorstukjes in sommige gevallen leiden tot vervorming van de gehoorgang.

Bij een standaardoorstukje heb je namelijk niet in de hand waar het stukje zich precies vastzet. Hierdoor bestaat de kans dat je de oorstukjes steeds dieper in de gehoorgang duwt om ze te fixeren. Maar als de oorstukjes en het speakertje langdurig met de randen in jouw gehoorgang drukken, kunnen daarin wel eens groeven ontstaan. Hierdoor kan het soms gebeuren dat de oorstukjes op den duur helemaal niet meer blijven vastzitten.

Micro-oorstukjes op maat

Dit probleem is op te lossen door micro-oorstukjes op maat te laten maken. Deze worden gemaakt van zacht siliconenmateriaal, voorzien van een antiseptische laklaag met microscopisch kleine zilverdeeltjes. De oorstukje-op-maat passen over de gehele oppervlakte van de gehoorgang, zodat de druk evenwichtig wordt verdeeld en er geen onnatuurlijke randen en vervormingen optreden.

Draag je hoortoestellen en heb je jeuk in je gehoorgangen, dan is het belangrijk om te weten wat de oorzaak is van deze jeuk. De jeuk kan veroorzaakt worden door eczeem, een schimmel, een ontsteking of een allergische reactie op het materiaal van het oorstukje.

Raadpleeg jouw arts

Om te bepalen wat bij jou de jeuk veroorzaakt, zul je een arts moeten raadplegen. Afhankelijk van de oorzaak kan de arts zure druppels voorschrijven, een zalfje voorschrijven (dat ook bij audiciens te koop is), je adviseren jouw oorstukje te bedekken met een nanolak of je aanraden een verzilverd oorstukje aan te schaffen.

Als er in jouw hoortoestel een luisterspoel is ingebouwd, kun je gebruikmaken van diverse aanvullende voorzieningen zoals soloapparatuur, ringleiding, een FM- of radiofrequent (IR)-systeem. Je krijgt daarmee bepaalde geluiden (bijvoorbeeld wat iemand vertelt via een microfoon of het geluid van jouw tv) versterkt via jouw hoortoestel binnen. Zet je jouw hoortoestel op de T-stand, dan hoor je alleen de geluiden van de soloapparatuur, ringleiding, FM- of IR-systeem en niet meer wat er om je heen wordt gezegd. Dat kan het gevoel van ‘buitengesloten voelen’ oproepen. Afhankelijk van de eigenschappen van jouw hoortoestel zijn er twee manieren om toch ook de omgevingsgeluiden op te vangen.

MT-stand

Beschik je over een hoortoestel die naast de gewone microfoonstand en de T-stand voor het gebruik van de ringleiding ook een MT-stand heeft, dan kun je jouw toestel op deze MT-stand zetten. Dit is een stand waarbij zowel omgevingsgeluiden als het geluid dat via de ringleiding wordt aangeboden versterkt worden. Ook op de meeste soloapparatuur zit zo’n gecombineerde stand.

Praktische oplossing

Beschikt jouw gehoorapparaat niet over een MT-stand, dan gebruiken veel hoortoesteldragers van twee toestellen de volgende oplossing: men zet het toestel van het beste oor op de T-stand en het toestel aan het andere oor op de gewone microfoonstand.

Ben jijzelf of is iemand in jouw omgeving verstandelijk beperkt, dan moet het wennen aan hoortoestellen afgestemd worden op jouw/zijn/haar verstandelijk niveau.

Licht verstandelijk beperkten

Heb je een licht verstandelijke beperking dan gaat het wennen aan hoortoestellen op de gebruikelijke wijze. Het in- en uitdoen en het aanzetten van het hoortoestel kan je oefenen bij jouw audicien. Hoortoestellen kunnen direct de gehele dag gedragen worden. Zo wen je snel aan de nieuwe, wellicht hardere en scherpere geluiden. Je kan zelf de voor- en nadelen van jouw hoortoestellen bespreken met je audicien. Eventueel met hulp van jouw begeleiders. Op basis van de aanwijzingen kan de audicien de gehoorapparaten bijstellen.

Matige tot ernstige verstandelijk beperkten

Voor mensen met een matige tot ernstige verstandelijke beperking gelden de volgende aanbevelingen.

  • Bij de meeste mensen is het van belang dat de overgang naar het dragen van een hoortoestel in één keer wordt gemaakt en dat dit meteen wordt ingevoerd in het dagelijkse ritme. De overgang van horen zoals iemand gewend is naar versterkt horen wordt dan immers maar één keer (bij het indoen van het hoortoestel) per dag ervaren. Meerdere periodes per dag het hoortoestel dragen én weer uit doen vertraagt de gewenning en is vermoeiend. Bij mensen met gedragsproblemen en een laag ontwikkelingsniveau kan het dragen van het hoortoestel soms beter langzaam worden opgebouwd: tijdens die activiteit waarbij de verstandelijk beperkte het meeste profijt kan ervaren van het toestel. Bijvoorbeeld tijdens muziek luisteren, voorlezen of sociaal contact zonder storende achtergrondgeluiden. Er moet een goed herkenbare aankondiging en afsluiting van de draagtijd zijn en een herkenbaar verloop binnen de activiteit. Als iemand heeft ervaren dat het dragen van een hoortoestel voordelen oplevert en eraan gewend is geraakt kan de draagtijd worden uitgebreid. Dit uitbreiden kan echter niet of maar heel langzaam bij mensen die snel overprikkeld raken.
  • De begeleiders moeten goed geïnformeerd worden over het gehoorverlies en de behandeldoelen. Het is een voorwaarde dat de begeleiders de hoortoestellen “accepteren” alvorens de verstandelijk beperkte deze kan accepteren. Daarbij kunnen begeleiders een zogenaamde hoortraining geven door geluiden te benoemen. Normaal aanwezige omgevingsgeluiden zoals een brom van een koelkast, het ruisen van een verwarming, het geluid van wind en regen, het fluiten van vogels kunnen nieuwe geluiden zijn. De begeleider kan de slechthorende leren wat deze geluiden betekenen. Deze begeleiding dient geïntegreerd te worden in de dagelijkse zorg. Tenslotte moeten begeleiders aandacht besteden aan zogenaamde geluidshygiëne: beperking van het omgevingslawaai en optimaliseren van de communicatie met de slechthorende.
  • Waar mogelijk kan de akoestiek van de leefomgeving verbeterd worden. Dit maakt dat de slechthorende beter kan spraakverstaan, minder prikkels binnen krijgt en minder vermoeid raakt.

 

Straling van bijvoorbeeld NMR, MRI of CT-scanners kunnen jouw hoortoestel beschadigen. Draag jouw hoortoestel daarom niet tijdens deze of soortgelijke scanprocedures. Het ziekenhuispersoneel is hier lang niet altijd van op de hoogte, maar fabrikanten van hoortoestellen vermelden het bijna allemaal in de handleiding. Als jouw hoortoestel kapot gaat als gevolg van een scan, kan dit dus betekenen dat je de reparatie of vervanging niet vergoed krijgt.

Andere soorten scanners (inbraakalarm, bewegingsmelders, radioapparatuur, mobiele telefoons, etc.) bevatten minder straling en beschadigen jouw hoortoestel niet. Ze kunnen echter wel tijdelijk de geluidskwaliteit van jouw hoortoestellen beïnvloeden of vreemde geluiden zoals gekraak veroorzaken.

De mate waarin je kunt ‘horen’ heeft niet alleen te maken met hoe goed jouw oren (nog) functioneren, maar is afhankelijk van veel meer zaken. Het gaat er niet alleen om of je geluiden hoort, maar welke informatie deze geluiden jou geven. Met andere woorden: als je iets laat vallen, hoor je niet alleen een geluid, maar aan het soort geluid herken je ook vaak wat je hebt laten vallen en afhankelijk van waar je het geluid hoort weet je ook waar je moet zoeken. Als je met iemand praat dan gaat het er niet alleen om dat je hoort dat iemand iets zegt, maar dat je ook verstaat wat er gezegd wordt.

Complexiteit vraagt om maatwerk

Als je minder goed ‘hoort’ en je overweegt om dit te compenseren met een gehoorapparaat, dan is de keuze van een toestel niet alleen afhankelijk van jouw mate van gehoorverlies (hoeveel geluid kan jouw oor nog waarnemen bij verschillende toonhoogtes), maar o.a. ook van het soort gehoorverlies (waar in het oor is er iets kapot), van de mate waarin jouw oren kunnen samenwerken (nodig om te kunnen bepalen waar geluiden vandaan komen), de nagalm in jouw oren (wat storend kan werken), hoe jouw hersenen werken, hoe taalvaardig je bent en hoeveel inspanning het horen je kost en in welke situaties je regelmatig komt (rustige omgeving of met veel lawaai om je heen). Kortom, horen is een prachtig iets, maar ook heel complex. Dat maakt ook dat het kiezen van een hoortoestel en het juist afstellen ervan alleen maar door een specialist gedaan kan worden in overleg met jou. Het is ook de reden waarom twee mensen met eenzelfde mate van gehoorverlies (dezelfde meetresultaten bij een toonaudiogram) toch heel verschillende hoortoestellen nodig hebben.

En volgens de wet heb je recht op vergoeding van die hoorhulpmiddelen, waarmee jij goed kunt functioneren. Welke dat zijn is dus een zoektocht die je samen met specialisten doorloopt.

Het is goed mogelijk dat je voor hetzelfde merk en type hoortoestel bij verschillende audiciens verschillende prijzen betaalt. Dit heeft diverse oorzaken:

  • Veel audiciens(ketens) hebben contracten met zorgverzekeraars afgesloten. Door deze contracten kunnen er verschillen zijn in de kosten die de audicien berekent voor de hoortoestellen.
  • Audiciens verrekenen de tijd (arbeidsloon) die ze reserveren om tot een goede aanpassing van het hoortoestel te komen door in de verkoopprijs. Ook de mate waarin de winkel is uitgerust met meet- en regelapparatuur, kan een rol spelen.
  • Sommige audiciens bieden service die ze verrekenen in de toestelprijs, daar waar anderen die service apart berekenen. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid tot huisbezoek door de audicien, maar ook aan nazorg en verzekeringen tegen verlies en diefstal.
  • Er zijn audiciens die graag hun marktaandeel vergroten door speciale marketingacties te houden. Bijvoorbeeld door uw eigen bijdrage voor hun rekening te nemen.

Inzicht

Door bij Zoek & kies Verzekeringen te laten zien welke verzekeraars met welke audiciens een contract hebben afgesloten en tegen welke tarieven, kan jij een bewuste keuze maken. Je zou verwachten dat hoe lager het tarief, hoe minder jij zelf betaalt. Je hebt immers als je 18 jaar of ouder bent een eigen bijdrage van 25%. Toch laat onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek (CQI/PREM) het tegenovergestelde zien. Hoe lager de tarieven die verzekeraars afspreken met audiciens, hoe hoger het gemiddelde bedrag dat jij bijbetaalt. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat bij lage tarieven en vooral bij selectieve inkoop van verzekeraars (contracten met maar een paar audiciens), er vaker een beroep wordt gedaan op restitutie en op ‘upgraden’. Dit is volgens Stichting Hoormij echter niet zoals verzekerde zorg volgens de wet is bedoeld. Je hebt recht op vergoeding van dat hoortoestel waarmee jij goed kunt functioneren. Laat je dus niet te snel overhalen om te ‘upgraden’ of zelfs het hoortoestel helemaal zelf te betalen.

Gedragscode

De audicien heeft de vakkennis in huis om te beoordelen welke hoortoestellen passen bij jouw gehoorverlies en jouw wensen. Je behoort dat toestel te krijgen waarmee jij prima kunt functioneren. Dit wil zeggen: passend bij jouw (mate en type) gehoorverlies en aansluitend bij jouw voorwaarden. Een audicien moet je altijd een hooroplossing binnen de verzekerde zorg aanbieden. Bijbetalen mag alleen voor extra eigenschappen van een hoortoestel die je niet echt nodig hebt om te kunnen functioneren. Het lastige is dat wat ‘extra’ is, per persoon verschilt.

Heb je een cochleair implantaat (implanteerbaar hoortoestel CI), dan is dat van belang wanneer je geopereerd moet worden of bestralingen van een tumor moet ondergaan.

Chirurgische ingreep

Er wordt bij chirurgische ingrepen vaak gebruik gemaakt van elektrische instrumenten. Er bestaan ‘monopolaire’ en ‘bipolaire’ instrumenten. Bij monopolaire instrumenten gaat er één draad naar de elektrode, bij bipolaire instrumenten zijn er twee draden. Bij bipolaire instrumenten vloeit de stroom niet door jou als patiënt, maar van het ene punt van bijvoorbeeld de pincet, naar het andere punt van de pincet. Hierdoor kan met een lage stroom en met weinig schade aan dieper weefsel selectief een vaatje worden dichtgebrand of kan er selectief worden gesneden.

Draag je een cochleair implantaat (CI) dan moet je voorzichtig zijn bij het opereren met een monopolair instrument.  Monopolaire instrumenten mogen in ieder geval niet gebruikt worden wanneer je geopereerd moet worden aan jouw hoofd of nek, omdat de inductiestroom schade aan het cochleaire weefsel of blijvende schade aan jouw implantaat kan veroorzaken. Wij adviseren je contact op te nemen met jouw CI-leverancier om te achterhalen of operatie met monopolaire instrumenten op verdere afstand van jouw CI is toegestaan.

Je mag wel geopereerd worden met een bipolair instrument, maar de cauterisatie-elektroden mogen niet in contact komen met jouw implantaat en moeten op tenminste 1 cm van jouw extracochleaire elektroden worden gehouden.

Tip! Bij een operatie kan er gewerkt worden met een algehele narcose of een ruggenprik. Bij een algehele narcose, mag je jouw spraakprocessor ophouden. Je kunt vragen of iemand jouw processor er af wilt halen als je eenmaal in slaap bent en deze voorzichtig in een bakje willen bewaren. Wil je niet het risico nemen dat jouw spraakprocessor in de operatiekamer bijvoorbeeld op de grond valt en kapot gaat, dan kun je alvorens je naar de operatiekamer gaat zelf de spraakprocessor in jouw nachtkastje opbergen. Of je kunt jouw spraakprocessor en de luisterspoel op de plaats houden door een sportzweetbandje te gebruiken. Indien je voor een ruggenprik kiest, mag je ook jouw spraakprocessor ophouden, zodat je kunt horen wat er tegen je gezegd wordt.

Behandeling tumoren

Kankertumoren die niet operatief kunnen worden verwijderd, worden vaak bestraald al dan niet in combinatie met chemokuren. Er bestaan verschillende soorten bestraling, afhankelijk van de soort tumor en de plaats waar de tumor zich bevindt. Als je een CI-drager bent en je moet worden bestraald, kan het zijn dat er rekening gehouden moet worden met jouw implantaat.

Er zijn voor zover thans bij Stichting Hoormij bekend 3 soorten (precisie-)bestralingen die schade en/of vernietiging van jouw implantaatchip en/of -elektroden tot gevolg kunnen hebben:

  • Radiotherapie (gamma knife),
  • Radio-isotopen therapie ,
  • Protontherapie ( dit is de krachtigste type straling).

Tip! Laat jouw behandelende arts contact opnemen met jouw CI-arts om te achterhalen of je bij deze bestralingen het uitwendige gedeelte van jouw spraakprocessor mag ophouden.

Tip! Zorg dat ook in noodgeval deze informatie bekend is, door dit bij jouw SOS-informatie op te nemen of door stickers te (laten) plakken op jouw medische dossiers en bijvoorbeeld in jouw agenda met daarop “LET OP! CI-DRAGER. GEEN OPERATIE MET MONOPOLAIRE CUTTING DEVICES AAN HOOFD EN NEK.”

Deze informatie geldt voor zover bij ons bekend is voor de diverse implantaten, maar wij adviseren je hierover en over de laatste stand van zaken contact op te nemen met jouw eigen leverancier en met jouw behandelende arts en CI-arts.

Bronnen: Cochlear, TU, PSI, UMCG en pluspost.

 

Oorsmeer houdt de gehoorgang ‘zuur’, waardoor bacteriën en schimmels geen kans krijgen zich te ontwikkelen en ontstekingen te veroorzaken. Oorsmeer wordt geleidelijk naar buiten getransporteerd en neemt daarmee het vuil mee. In principe is het oor zelfreinigend en hoef je deze niet extra schoon te maken. Draag je echter regelmatig oordoppen of oorstukjes van een hoortoestel, dan kan het proces van afvoer naar buiten verstoord worden. Er zijn dan diverse manieren om jouw gehoorgang schoon te houden.

Handdoek

Vaak is het al voldoende als je na het baden of douchen jouw oren schoonmaakt met een punt van de handdoek.

Haakje of uitzuigen

Vermoed je dat er een prop van oorsmeer is ontstaan, ga dan bij voorkeur naar een kno-arts die het oor schoonmaakt met een cerumenhaakje of een zuiger, waarbij de arts tegelijkertijd goed zicht heeft in de gehoorgang.

Uitspuiten

Het zogenaamde ‘uitspuiten’ dat vaak door huisartsen wordt gedaan, heeft niet onze voorkeur. Indien een oor nat wordt is de kans op infectie immers groter, zeker als het oor niet (meer) voorzien is van waterafstotend oorsmeer.

Geen oorreiniger of wattenstaafjes

Er bestaan stofzuigende oorreinigers en ook wattenstaafjes worden vaak gebruikt om de gehoorgang schoon te maken. Wattenstaafjes en dopjes of tipjes van oorreinigers kunnen echter gemakkelijk de huid in de gehoorgang beschadigen, waardoor een ontsteking kan ontstaan. Bovendien kunnen zij kleine hoeveelheden oorsmeer juist dieper in de gehoorgang duwen, waardoor uiteindelijk een afsluitende prop kan ontstaan. De zuigkracht van de stofzuigende apparaatjes is bovendien vaak te gering om goed te reinigen.

Uiteraard ben je vrij om een ‘hulpmiddel’ aan te schaffen waar jij dat wilt. Alleen is de vraag of je via deze aanbieders een optimale hooroplossing krijgt. Het vinden van een optimale hooroplossing is specialistenwerk, dat alleen in samenspraak met jou gedaan kan worden.

Kwaliteitsregels

Om tot een voor jou optimale oplossing te komen, hanteert Stichting Hoormij een aantal kwaliteitsregels:

  • Een hoortoestel functioneert pas als het past bij jouw gehoorverlies, jouw luisteromstandigheden, jouw eisen en als het toestel op maat is afgesteld.
  • Om jou niet alleen het juiste hoortoestel, maar ook de juiste behandeling te geven en indien nodig door te verwijzen naar een andere specialist, moet er bij het aanpassen van een hoortoestel op drie punten worden gelet:
      1. is er sprake van een (tijdelijke of blijvende) medische oorzaak voor jouw gehoorverlies en/of zijn er aanvullende hooraandoeningen (bijvoorbeeld oorsuizen, draaiduizeligheid, overgevoeligheid voor geluid)
      2. geven de audiologische meetgegevens aanleiding om jouw gehoor nader te onderzoeken
      3. heb je aanvullende klachten bijvoorbeeld over acceptatie van jouw gehoorverlies of over jouw werkomstandigheden.
        Wordt er niet op deze drie punten gelet, dan loop je het risico dat er bijvoorbeeld een probleem over het hoofd wordt gezien.
  • Een toestel vraagt om gewenning en uitproberen. Er moet dus sprake zijn van keuzevrijheid en een proefperiode van 8 weken. Bovendien moet een hoortoestel op te waarderen zijn met circa 15 dB voor het geval jouw gehoor verder achteruit gaat.

Wanneer je via internet, postorderbedrijf, supermarkt of apotheek bestelt loop je het risico dat er een medische oorzaak over het hoofd wordt gezien en je niet de juiste behandeling krijgt. Bovendien is het de vraag in hoeverre de toestellen die jij aanschaft het meest passend zijn bij jouw (soort en mate van) gehoorverlies en hooromstandigheden. Het vinden van een geschikt hoortoestel vraagt om maatwerk door de audicien, in samenspraak met jou als gebruiker. Een hoortoestel moet daarnaast goed worden afgesteld. Ook dit afstellen vereist vakmanschap en soms meerdere bezoeken aan jouw audicien. Mocht je als gevolg van jouw gehoorverlies problemen ervaren (bijvoorbeeld op jouw werk), dan zal een audicien je doorverwijzen naar een audiologisch centrum waar je adviezen krijgt over o.a. overige hulpmiddelen. Ook deze informatie en zorg loop je mis wanneer je via internet bestelt.

Op Hoorwijzer.nl staan daarom alleen bedrijven die beschikken over een aanpasruimte waar jij terecht kunt om jouw hoortoestellen op maat te laten afstellen.

Ons advies

Hoe verleidelijk het ook lijkt om te kiezen voor een min of meer standaardproduct aangeboden via internet, postorderbedrijf, supermarkt of apotheek, wij raden je het (vooralsnog) af. Pas wanneer onafhankelijk onderzoek aantoont dat hoorhulpmiddelen op deze manier aangeboden je ook werkelijk helpen om beter te verstaan, dan pas laten wij ons als patiëntenverenigingen overtuigen. Deze onderzoeken ontbreken echter vooralsnog. Wel hebben wij in samenwerking met de Consumentenbond enkele postordertoestellen laten onderzoeken. De resultaten waren teleurstellend.

Let op het verspelen van jouw recht op vergoeding

Schaf je een hoorhulpmiddel aan via een internetaanbieder, postorderbedrijf of apotheek en heb je een restitutieverzekering, dan kun je (een deel) van de aanschafprijs bij sommige verzekeraars vergoed krijgen. Wel waarschuwen wij je dat je dan ook 5 jaar met dit hoorhulpmiddel moet doen. Blijkt na enige tijd dat het aangeschafte middel niet voldoet, dan heb je doorgaans geen recht meer op een financiële bijdrage vanuit jouw zorgverzekering.

Let op! Er bestaan ook apothekers die werken met goed opgeleide audiciens en over een keurmerk ‘Erkend audicien’ beschikken. Bovengenoemde kanttekeningen zijn niet op hen van toepassing. Bij ‘Zoek & kies audiciens’  kun je achterhalen of de apotheker beschikt over het keurmerk.

Het komt niet vaak voor dat het maken van oorafdrukken voor oorstukjes op maat problemen oplevert. Toch zijn er situaties waarin voorzichtigheid geboden is.

Kinderen tot 12 jaar

Voordat een audicien het materiaal voor het maken van de afdruk in het oor kan spuiten, moet er eerst een watje geplaatst worden in de gehoorgang. Vanwege de smalle gehoorgangen van kinderen is het soms moeilijk dit watje te plaatsen. Bij de aanwezigheid van buisjes is het risico dat het materiaal om een oorafdruk te maken toch langs het watje loopt en via het buisje in de holte achter het trommelvlies terecht komt. Dit kan schade veroorzaken.

Holtes na operatie

Heb je als gevolg van een operatie te maken met radicaal holtes in jouw gehoorgang, dan is het vanwege de grilligheid van de gehoorgang en de operatieholte moeilijk een afdruk te maken.

Wijder wordende gehoorgang

Heb je gehoorgangen die naar binnen toe wijder worden, dan loop je het risico dat de afdruk er moeilijk uit te krijgen is.

Perforatie trommelvlies

Heb je een geperforeerde trommelvlies (gat in trommelvlies), dan kan het materiaal langs het watje lopen en wordt het niet door het trommelvlies gestopt en komt in de achterliggende holte. Dit kan schade veroorzaken.

Het is daarom belangrijk dat een afdruk gemaakt wordt door een gediplomeerd audicien of door een audicienmedewerker die hiertoe in de opleiding een certificaat heeft behaald dan wel een cursus met succes heeft afgerond bij Laboratorium Formaat en werkt onder verantwoordelijkheid van de audicien.

Deze audicien(medewerker) moet altijd eerst met een otoscoop in jouw gehoorgang en naar het trommelvlies kijken. Mocht hiertoe aanleiding zijn (wanneer er dus sprake is van holtes, wijder wordende gehoorgang of perforatie/buisjes), dan moet een audicien jou doorverwijzen naar een specialist: een audiologisch centrum of Laboratorium Formaat in Haarlem.

Heb je last van tinnitus (oorsuizen) dan kan een tinnitusmaskeerder helpen jouw klachten draaglijker te maken doordat geluid van buitenaf jouw tinnitusgeluiden minder van betekenis laten zijn. Heb je tinnitus en een gehoorverlies, dan is het logisch te kiezen voor een hoortoestel met ruismaskeerder, ook wel tinnitusinstrument genoemd.

Eén van de bijkomende voordelen van een maskeerder/instrument is dat het soms ook nog effect heeft als deze al is uitgeschakeld. Een nadeel kan zijn dat het met het tegengeluid van de maskeerder lastiger is om een gesprek te voeren. Heel soms kan het ook de klachten verergeren. Kijk bij Zoek & kies hoortoestellen welke hoortoestellen voorzien zijn van een tinnitusmaskeerder.

Het gebruiken van een tinnitusmaskeerder/-instrument kan ook een onderdeel van de tinnitustherapie zijn, waarbij het hulpmiddel volgens het zogenaamde ‘tinnitus aanpasprotocol’ door een specialist (audioloog) wordt afgesteld. Daarnaast kunnen ook Tinnitus Retraining Therapy (TRT), Cognitieve Gedragstherapie (CGT) en ontspanningsmethodieken een onderdeel van de therapie zijn. Een goede voorbereiding volgens een behandelplan en een aanpassing volgens het protocol verhoogt de kans op een goed afgestemde maskeerder/instrument en op de acceptatie ervan. Deze zorgvuldige aanpassing vergt wel meer tijd dan een ‘normale’ hoortoestelaanpassing.

Tip!

Naast de tinnitusmaskeerders en -instrumenten, is er ook een toestroom van apps voor smartphones met diverse mogelijkheden. Vele geluiden zijn reeds beschikbaar en kunnen bijvoorbeeld via solo-apparatuur of streaming accessoires rechtstreeks op hoortoestellen, iPod en/of geluidsinstallaties gebruikt worden om jou te helpen ontspannen.

De laatste jaren zijn er steeds meer tests op internet gekomen waarmee je jouw gehoor kunt testen. Ook in deze site is een test opgenomen en wordt verwezen naar tests van de Nationale Hoorstichting. Het is belangrijk om je te realiseren dat deze tests niet meer dan een algemene indruk van jouw gehoor bieden. De internettests bestaan over het algemeen uit een vragenlijst of uit een gehoortest die meet hoe goed jij spraak kunt verstaan. Is de testuitslag gunstig, dan is jouw gehoor waarschijnlijk goed. Zo niet, dan kun je contact opnemen met een specialist. De tests zijn niet geschikt om te weten of jij misschien een medisch probleem hebt. Ook vertellen de tests je niet of je een hoortoestel of ander hulpmiddel nodig hebt. Wil je dus precies weten hoe het met jouw gehoor gesteld is, dan zal je toch altijd een uitgebreide meting moeten laten uitvoeren door een specialist.

Het toonaudiogram is de basismeting van jouw gehoorverlies en is mede bepalend voor de keuze van jouw uiteindelijke hoorhulpmiddel(en). Deze basismeting moet goed zijn. Als metingen door een huisarts, kno-arts, audicien en/of audioloog verschillen laten zien,  kan het dat iemand onzorgvuldig heeft gemeten, maar kan ook duiden op een complex gehoorverlies of op vernauwde gehoorgangen die bij het testen met een koptelefoon te veel worden dicht geduwd en het gehoor daardoor beïnvloeden. Zeker bij een verschil van 30 dB of meer tussen de diverse metingen, adviseert Stichting hoormij je om een verwijzing naar een audiologisch centrum te vragen. Daar werken ervaren onderzoekers in speciale geluiddichte cabines met de meest geavanceerde meetapparatuur. Als daar twijfel ontstaat over het audiogram, kunnen aanvullende metingen worden verricht om duidelijkheid te krijgen over jouw gehoorverlies.

 

Het is moeilijk om goede cijfers te krijgen over het aantal slechthorenden en het aantal hoortoesteldragers in Nederland. Verschillende instituten doen op verschillende manieren onderzoek. Hieronder vind je een aantal resultaten daarvan.

Wij gaan ervan uit dat er in Nederland ongeveer 1,5 miljoen doven en slechthorenden zijn, waarvan ruim een derde hoortoestellen gebruikt en er jaarlijks circa 150.000 mensen een hoortoestel aanschaffen.

Verdeling

Afhankelijk van de mate was de verdeling van slechthorenden in 2003 globaal als volgt:

Mate % Aantal
Zeer ernstig 3 45.000
Inclusief ernstig 33 495.000
Inclusief matig 44 660.000
Inclusief licht 100 1.5000.000

Eind 2011 waren er 883.1000 slechthorenden geregistreerd bij de huisartsen. Dat zou kunnen betekenen dat het aantal van 660.0000 uit bovenstaande tabel behoorlijk is toegenomen. Meer recente cijfers ontbreken helaas.

Afhankelijk van de leeftijd is het percentage Nederlanders dat slechthorend is globaal als volgt:

Leeftijd %
45 jaar 5
65 jaar 25
75 jaar 50
85 jaar 75

Definitie

Er zijn verschillende definities van slechthorendheid en doofheid. Doorgaans worden de volgende definities gehanteerd:

  • Normaal tot licht gehoorverlies: gehoorverlies tussen 0 en 30 decibel (dB). Je hebt enige moeite met horen.
  • Matig gehoorverlies: gehoorverlies tussen 30 tot 60 dB. Je kunt alleen met een hoortoestel verstaan wat er wordt gezegd in een gesprek met minstens vier personen.
  • Ernstig gehoorverlies: gehoorverlies tussen 60 en 90 dB. Je kunt alleen met een hoortoestel harde geluiden zoals een claxon horen. Je kunt alleen met een hoortoestel verstaan wat er in een gesprek met één persoon wordt gezegd; je kunt niet verstaan wat er in een gesprek met minstens vier personen wordt gezegd.
  •  Zeer ernstig gehoorverlies tot doof: gehoorverlies groter dan 90 dB. Je kunt (ook) met een hoortoestel geen harde geluiden meer horen zoals een claxon. Ook kan je niet meer verstaan wat er wordt gezegd in een gesprek met één persoon.

 

Je kunt een bijdrage leveren aan goede doelen die zich inzetten voor Nederlandse slechthorenden, maar ook aan doelen die zich richten op het verbeteren van de situatie van slechthorenden in het buitenland.

Nederland

Stichting Hoormij 

Heel onbescheiden attenderen wij je allereerst op de mogelijkheid om Stichting Hoormij te ondersteunen in onze activiteiten gericht op iedereen in Nederland met een gehoorprobleem. Wij krijgen slechts een kleine subsidie van de overheid. Om al onze activiteiten te kunnen doen, zijn we afhankelijk van bijdragen van anderen.  Je kunt ons op verschillende manieren steunen. Door lid of vaste donateur te worden, door een éénmalige donatie of alvast een legaat of schenking te regelen. Ieder bedrag vanaf € 5,- is welkom. Bij voorbaat hartelijk dank!

Internationaal

Internationale goede doelen gericht op slechthorenden ondersteunen is ook een mooie gedachten. Wij vinden wel dat dan goede hoorzorg moet worden geleverd. Naast het verstrekken van hoortoestellen, moeten deze ook vakkundig worden nagekeken en aangemeten. Wij hebben daarom een aantal projecten geselecteerd waarbij wij van mening zijn dat het hier gaat om kwalitatief goede hoorzorg.

Eardrop

Eardrop Stichting zet zich sinds 1983 belangeloos in voor dove en slechthorende kinderen in Kenia. In Kenia is slechthorendheid bij kinderen een groot probleem. Slechthorendheid wordt daar vaak niet begrepen en uitgelegd als “achterlijkheid”, waardoor de kinderen snel geïsoleerd raken en van hun toekomst beroofd. Eardrop ondersteunt dovenscholen en zendt jaarlijks operatie- en onderwijsteams naar Kenia en Ethiopië om de levensomstandigheden van deze kinderen te verbeteren.

Stichting Child Welfare Organisation Nepal (CWON)

Childwelfare Nepal zet zich belangeloos in om o.a. slechthorenden in Nepal aan een hoortoestel te helpen. De in Nederland ingezamelde hoortoestellen worden gratis nagekeken en voorzien van batterijen. In Nepal worden telkens oorartsen gevraagd om tegen een verlaagd tarief, soms zelfs gratis, bij mensen een passend gehoorapparaat aan te meten. CWON is met name actief in de provincie Chitwan; één van de armste gebieden in Nepal.

Stichting kinderhulp Togo

Stichting kinderhulp Togo wil de gezondheid van kinderen in het West-Afrikaanse land Togo verbeteren. Zij hebben een medisch centrum waarin kinderen worden onderzocht en behandeld. Sinds 2012 hebben zij twee audiologen/logopodisten in dienst.  Zij zoeken analoge / tweedehands hoortoestellen en verder apparatuur en materiaal om oorstukjes te maken. Eén van de twee artsen die zij in dienst hebben was ook de schoolarts van de dovenschool Effatha in Zoetermeer.